TECHNICAL TALK: BUNDEL DE KRACHTEN

Voor zowel het vissen op grotere afstanden als bij het vissen in de nabijheid van obstakels is het logisch dat je gebruik maakt van een gevlochten hoofdlijn. Voor die grote afstanden kan je in principe met nylon ook een eind op weg, als je een verminderde beetregistratie voor lief neemt. De combi van nylon en obstakelvisserij echter, is over de hele lijn een no go! Hoewel er ook nylon op de markt is met een laag percentage aan elasticiteit of rek, is de wetenschap dat zelfs die enkele procentjes je nylon hoofdlijn over een behoorlijke afstand toch een rek geven van meerdere meters.  Meters die een gehaakte karper maar al te graag zal gebruiken om je te snel af te zijn, en zijn of haar heil te zoeken in de geborgenheid van de obstakels. Op die wijze vis verspelen is 1, het creëeren van een mogelijk gevaarlijke of zelfs levensbedreigende situatie ten gevolge van een eventuele lijnbreuk, is 2. Gevlochten hoofdlijn dus voor de hierboven vernoemde situaties, da’s duidelijk!

Een belangrijke eigenschap van het gros van de gevlochten lijnen is dat ze drijven op of zweven in het water. Logisch eigenlijk, gezien de structuur van het materiaal en het feit dat er zich makkelijk luchtbelletjes aan vast hechten, eenmaal het spul te water gaat. Omdat ik er bij standaard statische visserij een punt van maak die laatste meters van de uitstaande lijn zo vlak mogelijk te laten rusten tegen het bodemoppervlak, gebruik ik een gevlochten hoofdlijn altijd in combinatie met een voorslag uit een ander materiaal, en dan ook meteen van een behoorlijke diameter tussen 40/00 en 60/00 naargelang de situatie. Hogere schuurbestendigheid en minder kans op het beschadigen van beschubbing zijn dé 2 voorbeelden die de keuze voor dit dikke spul verklaren.

Is een fors verhoogde schuurbestendigheid het belangrijkste doel, dan verleng ik mijn gevlochten hoofdlijn middels een simpele voorslagknoop met 50/00 tot 60/00 nylon.

Gaat het niet zozeer om die hogere weerstand (voor bijvoorbeeld met mosseltjes of scherpe stenen bezaaide richels of taluds), dan kies ik met volle overtuiging voor Aspire fluorocarbon. De hoge soortelijke dichtheid van dit materiaal doet het goed zinken en door de lage lichtbrekingsindex is de zichtbaarheid onder water nihil. Niet volledig onzichtbaar dus, maar zo goed als.

Voor de montages te water gaan, rol ik een weinig putty (kneedbare loodvervanger) op zo’n 1,5 tot 2 meter rond de voorslag. Bevordert het afzinken nog eens extra, en vormt geen gevaar bij een eventuele lijnbreuk.

De combinatie van enerzijds een zwevende (gevlochten) hoofdlijn en een Aspire flourocarbon voorslag geeft volgende voordelen/eigenschappen:

* Zo goed als 100% directe beetregistratie. Een soepele hengel met lagere testcurve en het actief gebruik van de molenslip is quasi een must.

* De hoofdlijn zweeft en zal dus veel minder snel in contact komen met richels, plateaus e.d. (kortom de bodem) tussen het topoog van je hengel en de zone waar je je rig op scherp legt.

* De fluorocarbon voorslag verzekert je dat de hoofdlijn in de buurt van de rig tegen de bodem ligt, waardoor azende vissen veel minder snel contact maken met strakke lijnen.

Ten slotte nog dit: zodra je met zo’n voorslagknoop zit, ben je als vissers moreel verplicht om extra zorg te dragen voor een 100% veilige montage. Dat is een grote verantwoordelijkheid én een absolute must.

Strakke lijnen!

Mark Hoedemakers

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie