Succes van trollen

0

Jan mag graag trollen

Wanneer het moeilijk is en het erop lijkt dat roofvissen verspreid liggen dan kan trollen een zeer succesvolle techniek zijn.  Per definitie is trollen een relatieve snelle manier van vissen omdat je veel water afvist. Hierbij een aantal tips die bij mij goed werken en menig vis in de boot heeft gebracht.

1

Beet!

Hoe diep?

Roovissen zoals snoek, snoekbaars en baars kunnen op verschillende waterlagen azen. De afgelopen jaren zien we zien we bijvoorbeeld vooral het pelagic vissen populairder worden. En deze manier van vissen is juist gericht op vissen die op ‘ half’ water verblijven. Later dit jaar zullen we hierop terugkomen. Trollen is dus ook een manier om deze vissen te verschalken. Ik trol tussen de 3 tot zo’n 7 km per uur. De juiste snelheid is altijd weer anders en proefondervindelijk moet je hier tijdens het vissen achter komen. Dit geldt ook voor de diepte. Ik begin met een plug die de bodem telkens aantikt en als dit geen aanbeet oplevert, dan kan ik de hengeltop omhoog houden zodat de plug boven de bodem blijft. Uiteraard kan ik er ook een ander type plug opzetten, maar juist door de hengeltop -en de lengte van de lijn die uitstaat- te veranderen kun je toch met dezelfde plug blijven vissen. Ik doe dit meestal een uur tot maximaal twee uur. Levert dit geen beet op dan verander ik van plug. Mijn favoriete pluggen zijn in ieder geval de Rapala Super Shad Rap, Jointed Shad Rap, MaxRap en de X Rap Deep. Er is geen vaste regel welke plug vangt –en ook hier weer geldt, ga op je gevoel af en wissen wanneer je denkt dat dit nodig is. Wissel echter vooral niet te snel en beperk je tot een vijftal pluggen. Voor je het weet ben je meer aan het wisselen dan vissen.

2

Deze keer een snoek aan een Jointed Shad Rap

 

Dunne lijn

Ik gebruik relatief dunne lijnen; van maximaal 19/00 tot 13/00 Power Pro. Hoe dunner des te minder de weerstand en des te beter voor de actie van het kunstaas. Mijn twee favoriete hengels zijn de Speedmaster BX (Medium Heavy) en de Yasei Pike (Medium).

Ik vaar meestal eerst even rond zonder dat mijn hengel uit ligt en verken de bodemstructuur. Vervolgens vaar ik terug en vis de structuren af waarvan ik denk dat ze interessant zijn. Dit kan tussen de 2 en 4, 4 en 6 meter zijn. Maar, ook probeer ik op diep water vissen te vangen als ik deze op mijn side imaging zie. Denk hierbij aan vissen die ‘pelagic’ verblijven. Soms doe ik dit boven 20 meter water, waar ik vis zie op 5 of 8 meter. Gewoon proberen in mijn advies. Soms zeker zeer succesvol.

3

Snoekbaars vangt Jan zeker net zo vaak als snoek

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie