Scarface, Rainbows koningsschub

Het is 13 mei 2017 en ik maak me in het gezelschap van negen vrienden op om voor de eerste keer dit jaar af te zakken naar het zuidwesten van Frankrijk om ons hart op te halen in ons favoriete stukje karperparadijs.

Dit keer bijzonder relaxed omdat de buit op m’n Belgisch thuiswater al binnen was en ik dus niet hoefde te stressen dat de vis die ik achter de schubben zat in mijn afwezigheid zijn opwachting zou maken in het net van iemand anders. Het goed bewaarde Belgische geheim (30,6 kg bij 113 cm en een oudstrijder van een spiegel) was al in de derde week van april voor de bijl gegaan voor de hem op regelmatige basis aangeboden Live System-snoepjes. Een opsteker van formaat want ik had eigenlijk het ganse jaar uitgetrokken om deze unieke Belgische gigant proberen te strikken. Enkele weken later kwam er ook nog eens de grootste schub van het water bij zodat ik voor één keertje een wel heel erg chille Rainbowweek tegemoet ging. Doorgaans zit ik immers toch nog enkele dagen met mijn hoofd bij m’n thuiswater(en) en dat zou deze keer niet het geval zijn.

Ik heb zelden hoge verwachtingen als ik afreis naar deze gezegende plek. Meestal laat ik het gewoon op me afkomen en kijk ik het wel aan welke kant de sessie uitgaat. Vaak is dat het beste en gebeurt er net dan iets magisch. Nu had ik wel na enkele tropenjaren weer aardig aangeknoopt (sinds vorig jaar) met de Rainbowbakken maar dat uitgerekend ‘Scar’, de huidige topvis, me zou vereren met een bezoek, dat was het verste van mijn gedachten…

Sinds het heengaan van ‘Eric’ is ‘Scarface’ ofte ‘Scar’ zoals hij genoegzaam bekend staat de koning der schubs in Rainbowland.

Deze ghostachtig aandoende mastodont kent een rijke geschiedenis die terug gaat tot eind jaren ’90 van de vorige eeuw, toen hij tijdens één van de twee schubkarperuitzettingen zijn weg vond naar het water. Dat moet ofwel 1997 ofwel 1999 zijn geweest. Er zijn immers in beide jaren een grote partij schubs uitgezet op Rainbow, vissen variërend in gewicht tussen 3 en 11 kg.

De oudste vangst die ik heb kunnen traceren dateert van 11 juni 2004, ‘Scar’ was toen al goed voor 23,4 kg. Dat wil zeggen dat hij al meteen in de beginjaren van zijn verblijf hard is gaan groeien!

Ik had in die periode zelf al het genoegen om deze toen al tot de top der schubs (samen met ‘Eric’s Common’ en nog enkele andere grote schubs die intussen allen het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild) behorende kanjers te vangen. Meer bepaald in december van 2005. Het was mijn eerste Franse vijftigponds plus schub. Ik herinner me nog goed dat het werkelijk ‘beestenweer’ was. Elke ochtend trok de hemel dicht met wolken en regende het onophoudelijk. Niet hard, maar gestaag. De temperatuur klom maar net boven het vriespunt en het was alles behalve aangenaam visweer. Van zodra de zon onder ging trok de hemel open en fonkelden de sterren aan het firmament wat gepaard ging met temperaturen die onder de nul doken. Ik bracht meer tijd door in de slaapzak dan buiten. Dat ging zo de ganse week door en de vangsten waren maar matig. Tot op woensdagnamiddag de zon voor enkele uurtjes tevoorschijn kwam en we eindelijk eens de bivvy konden verlaten. Het was ook voor ‘Scar’ het sein om in beweging te komen en hij vergreep zich aan mijn op stek 12 aangeboden snowman. Theo Pustjens was mijn buurman en zat samen met Johny Blisak op stek 11.Dat was dankbaar want los van hun goed gezelschap konden zij me ook assisteren en helpen met het nemen van enkele foto’s. Het litteken aan zijn bek (vandaar de naam ‘Scarface’ was er toen al, precies zoals het er vandaag nog steeds uitziet. Het oogt in eerste instantie misschien wat luguber maar in feite hoort het intussen bij de vis en maakt het hem tot wie of wat hij is. ’Scar’ had in die dagen bovendien ook nog een grote striem die verticaal van zijn rug naar beneden liep aan diezelfde kant. Die bewuste striem werd echter elk jaar minder zichtbaar totdat ze enkele jaren later compleet verdwenen was. Vandaag de dag zie je er niks meer van. Het belette deze werkelijk massief gebouwde schub alvast niet om verder uit te groeien tot de gigant die hij vandaag is.

Toen ik hem op donderdag 18 mei ll. rond 08.00u in de ochtend voor mijn net zag liggen, wist ik meteen waarom ik de vis zo moeizaam tot bij mijn boot getrokken kreeg. De Velocity boothengel stond hoepelrond en ik hield de Baitrunnersslip geblokkeerd met mijn ene vinger om hem dichter bij me te krijgen. Ik dacht tot enkele ogenblikken ervoor nog dat de vis ergens vast zat omdat ik er zo moeizaam beweging in kreeg. Dat kwam natuurlijk door zijn logge bouw en extreme gewicht. Toen kwam het lood uit de clip gerold waardoor de vis al snel aan de oppervlakte zwom en ik ook in oog stond met een gigarug die licht van kleur was. Geen twijfel mogelijk, zeker toen hij langzaam over de netkoord gleed en de geweldige bulk aan schubbenvlees zich aan mijn ogen ontrolde. Wat een fenomenale vis… 11 jaar na datum en meer dan 13 kg zwaarder zijn we opnieuw voor even verenigd.

Ik ben niet zo voor terugvangsten, echter dit is toch anders. Na al die tijd is het alsof ik een totaal andere vis in mijn armen hou al is dat in weze is niet zo. Mijn deze week al eerder op de proef gestelde en met de jaren flink op zijn terugweg zijnde biceps krijgen het bijzonder hard te verduren. Ik krijg hem maar moeizaam getild en krijg hem ook niet lang voor de lens. Niet dat dit nodig is want ik wil de fotosessie zo kort mogelijk houden. In minder dan vijf minuten heeft m’n vismaat Kris Muysewinkel een tiental foto’s geschoten en een klein stukje film gemaakt. Voldoende om deze ontmoeting voor altijd vast te leggen in de tijd. Voldoende om er nog vaak te kunnen naar kijken op dagen dat het behelpen is om een vis in het net te krijgen.

For the record, ‘Scar’ woog 39,8 kg, allicht de grootste vis die ik ooit zal vangen. Daar heb ik meer dan vrede mee want dergelijke beesten in deze gewichtscategorie zijn een aanslag op je armen! 🙂

‘Scar’ deed zich de ganse week te goed aan CCMoore’s Odyssey boilies die ik al sinds mijn aankomst op zaterdag rijkelijk had uitgestrooid over het ruime gebied waar ik mijn hengels te water liet.

In totaal kwamen er die week 26 vissen in het net. Naarmate de week vorderde en het voer zijn werk kon doen werd het alsmaar beter en volgden de aanbeten steeds sneller. Op vrijdag, de laatste volle visdag gingen binnen de tijdspanne van een kwartier tijd drie hengels af. Dat is de enorme kracht van deze boilie. Naarmate je er meer van voert, gaan de vissen alsmaar feller op zoek naar de karakteristieke met GLP verrijkte vismeelbolletjes.

Een andere ontzettend aardige bijkomstigheid was dat ik eerder in de sessie ook al ‘’t Harnas’ aka ‘Mr Fred’ mocht verwelkomen. Een heerlijk beschubde spiegel (28,5 kg zwaar) die ik al jaren vergeefs achter de schubben had gezeten. Deze (net als ‘Scar’) eveneens mannelijke buffel bezit een waarlijk fantastisch ogend schubbenpatroon en stond om die reden met stip genoteerd bovenaan mijn verlanglijst.

Mijn diepvriezer is ei zo na leeg, tijd om die weer op te vullen met een partij Odyssey’s en Live Systems, kwestie dat er de rest van het seizoen nog meer van het bovenstaande in het net komt! 😉

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie