Najaarsperikelen

Op zaterdag 28 oktober schud ik om 6.00 u fris en monter Willem de hand. Mijn makker is minder goed uitgeslapen, dat merk ik aan zijn gedempte stem en vermoeide gezichtsuitdrukking. We gaan op pad voor een tocht die ons langs zowat alle VBK-waters zal leiden. ’n Tof uitje met als doel het schieten van wat beeldmateriaal. Sfeervolle luchtopnames van plassen die baaden in herfstkleuren, met Willems drone. Ik heb me er weken lang op verheugd. Het is altijd leuk om een professional aan het werk te zien en met Kwinten weet je dat het verwerken van al die beelden leidt tot een prachtig eindresultaat.

Nog voor het ochtendgloren houden we halt bij de Egleghemvijver in Hombeek. Deze ruim 40 ha grote plas, ooit ontstaan door zandwinning, is met recht en reden hét topwater van het noorden te noemen. Dat noorden van me begint ten noorden van Parijs, voor de goede orde. Hombeek is de thuis van een oude generatie topvissen hors catégorie. Een taaie noot om te kraken, want er druipen keer op keer meer vissers af met de staart tussen de benen, dan met ‘de sigaar in de wind’. Karakterkarpers met ‘t instinct op scherp vragen om doorzettingsvermogen en kunde.

M’n makker zet z’n camera op het statief voor een timelapse. Om de zoveel seconden een foto, en dat veertig minuten aan een stuk. Na het editen van deze gegevens zullen de nu kruipende wolken een atmosfeer in beweging worden, en zie je de zon naarstig voorbij de einder klimmen. De natuur is zo ongeloofelijk mooi, als je ’t wil zien. En als je kwaliteit uit je fototoestel weet te halen.

Even later klieft de drone door het luchtruim. Op het kleine scherm van Willems telefoon volgen we beiden de adembenemende vergezichten. Een groepje ganzen passeert op enkele meters voor de lens, terwijl het toestel de nodige data op z’n geheugenkaart schrijft. Of hoe technologische realiteit en dromerige romantiek ook in deze situatie hand in hand gaan. Het is maar hoe je ’t wil bekijken.

We houden de timing strak, er moeten namelijk maar liefst zes plassen worden bezocht vandaag. Na een vluchtig gesprek met enkele lokale vissers zetten we dus snel koers richting de grens met Nederland. In de auto vraagt Willem wat hij mag verwachten van de andere locaties. Ik schets het een en ander en label ‘Oasis’, met de haar zo kenmerkende treurwilgen langs haar oevers, als het meest intieme plekje op onze route. Une tache de beauté in het verstedelijkte Oudenaarde.

Na korte tussenstopjes langs de Rode Sluis, het Eendenmeer en ’t Veer, stuur ik m’n busje de toegangsweg van Oasis op. Routineus herhaalt Kwinten de modus operandi, waarna de drone opnieuw opstijgt. Ik rommel wat in de laadruimte van het busje, als plots enkele krachttermen de stilte doorbreken. Willem staart voor zich uit, de ogen op de overzijde van de plas gericht. “Ik zag plots wat takken op het scherm verschijnen, en enkele seconden later viel de verbinding weg. Ik vrees dat de drone tegen de overkant in het water is gedonderd,” mompelt ie. Alle hens aan dek! Ik trek het waadpad aan, en snel achter m’n makker aan richting Scheldekant. Een korte evenwichtsoefening op een overhangende tak later, gooien we het over een andere boeg. De rubberboot het sop op, en zoeken maar. Het water op de plaats delict is zo’n anderhalf tot twee meter diep, dus met een beetje geluk kunnen we de gevallen vogel spotten. ’t Is niet eens het terugvinden van de drone waar Willem ’t meest mee zit. Dat geheugenkaartje in z’n romp; dat moet en zal gerecupereerd worden! Daar staan namelijk de beelden in HD op…

Met z’n tweeën in een rubberboot van 1,60 m, dat is het betere kunst-en-vliegwerk. Al na een half uur dobberen hebben we beiden stramme benen en slapende voeten, maar nog geen drone. Borrelen er in de nabijheid van de overhangende takken enkele belletjes op, dan springen we daar als bloedhonden bovenop. Vruchteloze pogingen. Kevin Schiemsky, die ondertussen is aangekomen voor een sessie, slaat ons gade vanaf de kant. Circus Oasis… Willem kan zelf nog het hartelijkst lachen om de situatie, en confisqueert met de glimlach Kevins schepnet om vanuit de boot de bodem af te schrapen. Maar ook dat blijkt geen succes. Het herbekijken van de laatst opgeslagen beelden geeft voldoende zekerheid om te besluiten dat het toestel hier, onder deze takken, te water moet zijn gegaan. Geen twijfel mogelijk! Dat vraagt om een drastische beslissing.

Willem ontdoet zich van zijn kleren, en ik kachel alvast de auto aan. Verwarming op maximaal en de blazers vol open. Kwinten vaart in z’n onderbroek terug naar de takken, en gaat te water. De blik op z’n gezicht verraad de bijtende kou. Hij waadt tot een diepte waar hij nog net het hoofd boven water weet te houden, en voelt meteen een van de propellers van het verzopen luchtschip. Bingo! Al bij poging twee lukt het ‘m om het ding te grijpen. De lampjes van de batterij knipperen onheilspellend, maar het geheugenkaartje is terecht! Een geluk bij een ongeluk.

Op de weg huiswaarts houden we na een uur rijden halt bij Alijn. Daar moet ik toch even zijn om m’n spiksplinternieuwe Shimano Power Aero’s op te halen, die hij voor me had meegebracht vanuit het Shimano hoofdkwartier. Bij het openen van de voordeur kijkt Alijn een nog steeds bibberende Willem aan, terwijl ik zelf de oververhitting nabij ben. One for the team. 🙂

Die avond arriveren we een uur later dan voorzien aan Heylakker, waarna Willem weer huiswaarts rijdt. Ik blijf nog even hangen, want m’n clubmakkers serveren vanavond heksenketelgoulash. Dit ter gelegenheid van de nieuwe steiger voor onze visserssloepen, die op gepaste wijze gedoopt werd vandaag. Weer een prachtig project tot een goed einde gebracht aan m’n thuiswater. Hij is oerdegelijk en drijft, en dat heeft veel te maken met ’t feit dat ik er bij ‘the making of‘ met m’n tengels af ben gebleven.

Na een heerlijke maaltijd haal de camera uit de tas, om wat sfeerbeelden te schieten. Had je me een half jaar gelden gevraagd voor nachtshots, dan had ik moeten passen, wegens totaal ongeschikt. Maar hier en nu, is dat een ander verhaal…

Over karpervissen en fotografie

Foto’s van mijn sessies heb ik altijd al gemaakt. In het prille begin, midden jaren ’90, gebeurde dat met wegwerpcameraatjes. Enkele jaren later had ik meer geld te besteden en ging het snel van stap 2 – een écht toestel met fotorolletjes – naar stap 3: een simpel doch voor die tijd dure digitale camera. Later kocht ik me een camera met kantelbaar scherm, om vervolgens over te stappen naar een Canon G12: ook een digitale compact met kantelbaar display. En daar bleef het bij. Jaren aan een stuk. Tot ik in de ban geraakte van foto’s met meer inhoud dan enkel een man en ’n vis. Tot ik op Willem botste.

Ondertussen heb ik de overstap gemaakt naar een digitale spiegelreflex, ’n tweedehands Canon. Maar wat ben je met een racewagen als je niet eens over een rijbewijs beschikt?! Dankzij m’n makker been ik stapje voor stapje bij in de wondere wereld van de fotografie. Heb zelfs al een extra lens gekocht (50 mm 1.8 voor de volledigheid) en plan volgend jaar de aankoop van een externe flitser en een groothoeklensje. Sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s: ik ben mee met de terminologie én hoe deze variabelen te gebruiken voor een mooi beeld. Natuurlijk met een goede setting, en met de wetenschap dat je enkel al doende kan leren. Zelfs het ooit onontgonnen pad dat als ‘de Manueel stand’ door het leven gaat, heb ik reeds met vallen en opstaan bewandeld! De weg is nog lang, maar uitermate boeiend. Dat is de jacht op die karpers ook, nu ik er over nadenk. En zo is ook die cirkel weer rond…

Tegen het volgend voorjaar zal niet alleen mijn camera weer zijn uitgebreid met wat extra spullen, ook mijn gezin telt dan een telg meer! Een zoon wiens naam ik nog niet mag vernoemen – Carmen doet me wat… – woont dan samen met ons onder dit dak. En ook voor deze gelegenheid komt dat ‘plaatjes schieten’ goed van pas. Niet schots en scheef, zoals ik dat vroeger deed, maar met finesse. En dat heb ik vooral aan Willem te danken. Cheers!

Mark Hoedemakers

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie