De Shimanosessies met Alijn Danau, Kristof Sadonus en Mark Hoedemakers

Puik voorjaar

We schrijven de tweede week van april 2017. Het voorjaar is me al redelijk gunstig gestemd geweest. Al 8 vissen op de teller en het gros ervan boven de dertig pond. Ik heb slechtere voorjaren gekend. En in feite moet het beste nog komen. Mei is immers dé voorjaarsmaand bij uitstek.

Vorig jaar had ik rond deze tijd nog geen vis op kant dus het loopt lekker.

Nu, het relatief zachte weer zit er alleszins voor iets tussen. De karpers komen gestaag uit hun winterrust gedommeld en gaan mondjesmaat op zoek naar wat eetbaars.

Aangezien de vissen al enige medewerking verleenden leek het ons en puik idee om al te starten met de eerste van een reeks videosessies die we op de planning hadden staan. Daar het water waar ik aan de slag ben een no-publicty policy heeft, ben ik daarom genoodzaakt om uit te wijken naar andere oorden. Teamgenoot Mark Hoedemakers komt met een goed idee voor de pinnen. Een idyllisch mooi water in de buurt van een grote rivier met een gevarieerd bestand dat door zijn ondiepe baaien een goede reputatie heeft in het voorjaar. Het betreft een grote grindafgraving temidden van een uitzonderlijke natuurpracht. We gaan enkele keren voorvoeren en kijken vol ongeduld uit naar de start van de sessie op dinsdag 11 april.

Kristof Sadones, onze Shimanoteamgenoot die bovengemiddeld goed is met de camera, zal gedurende drie dagen alles vastleggen op beeld. Enkele dagen voor onze start klimt het kwik tot een zomerse 22°C, echter meteen erna droppen de temperaturen weer neerwaarts en blijven ze rond de 13-14 °C schommelen. Nu, laat dat alvast geen reden zijn om af te haken of de zaken somber in te zien. Enkel al het feit dat we drie dagen ongebreideld kunnen vissen pompt zuurstof in de longen en maakt het hoofd leeg.

Kristof en ik zouden al paraat zijn vanaf dinsdag, Mark heeft recent zijn huwelijksbelofte afgelegd en zal daarom een dagje later arriveren. Kwestie van eerst nog wat officiële plichtplegingen af te handelen en de bruid niet meteen voor het hoofd te stoten.

Ik arriveer als eerste aan het water. Rond de klok van 14.00u is het zwaarste werk geleden. D.w.z. dat ik de berg materiaal van de auto naar de stek heb gesleurd met behulp van een superluxe vierwielenkar. En aangezien de stek zich heuvelafwaarts bevindt, valt dat allemaal best mee. Ik vrees dat de terugweg een stuk lastiger wordt, maar dat zien we dan wel weer. De bivvy staat als een huis, de inrichting laat niks te wensen over, de boot ligt vertrekkensklaar en de hengels liggen spot on. Ik ben er klaar voor, nu de karpers nog!

Het is tijd voor een opkikker. En die heet koffie. Onder het genot van een dampende mok overschouw ik het toneel. De bomen staan al flink in het blad, de natuur is, in tegenstelling tot afgelopen voorjaar, al weelderig en bloeiend. De vogels broeden en bewaken angstvallig hun territorium. Blauwe reigers bevolken de grote treurwilgen die zich in grote getale op het lange schiereiland bevinden waarop ik kamp heb opgeslagen. Overal zie ik gescheurde groenblauwe eieren op de grond liggen, teken dat de jongen al zijn uitgekomen. Natuurpunt heeft enkele jaren geleden aan de overzijde van de plas een zevental poelen gegraven waar de kikkers volop kunnen tieren. Die dienen op hun beurt dan weer tot voedsel voor de reigers.

Ze hebben de natuur wel op meerdere punten een duwtje in de rug gegeven. Zo werden er ook twee eilanden geconstrueerd die afgewerkt werden met kiezel. Die moeten dienen als broedplaats voor de scholeksters en visdiefjes. Al maken ook enkele ongenode gasten er dankbaar gebruik van. Een paartje luidruchtige nijlganzen, toch niet meteen de hartendieven van onze groene vrienden, hebben zich er ook verschanst met de bedoeling om aan gezinsuitbreiding te doen.

Valse start

Amper twee uur nadat ik de laatste hengel heb weggebracht krijg ik al totaal onverwacht een aanbeet. Helaas schiet de vis vrijwel meteen erna los en laat hij me achter met een verweesd gevoel. Een gemiste start, bedenk ik. Maar goed, dat wil niet zeggen dat de wedstrijd al verloren is. Ik breng de hengel opnieuw weg en heb er alle vertrouwen in dat er nog meer volgt, zeker omdat ik al zo vroeg in de sessie actie kon optekenen.

Even later belt Kristof met de mededeling dat hij onderweg is maar worstelt met fileleed ter hoogte van Antwerpen en bovendien bij aankomst ook nog even in de lokale supermarkt wil binnenspringen om de nodige spijzen en drank in te slaan. Goed plan dat laatste.

Ik hoop op een snelle herkansing, maar dat is buiten de karpers gerekend. De enige die nog voor een kortstondig moment van opwinding zorgt is een gepukkelde brasem die net als de reigers ook al in paaimodus vertoeft. De opwinding is zoals gezegd van bijzonder korte duur. Van zodra ik het kenmerkende getik op de top voel, weet ik hoe laat het is. Ik vraag hem vriendelijk doch vastberaden om voortaan mijn voor karper bestemde aas links te laten liggen. Hij rolt schaapachtig met zijn veel te grote ogen als teken van onderwerping. Doch ik ken die valse blik. Die hadden zijn honderden soortgenoten ook toen ze me dezelfde belofte deden. Soit, nadat ik hem nog even vingerzwaaiend de les lees, geef ik hem tenslotte maar opnieuw de vrijheid. We zijn tenslotte democraten in hart en nieren en gunnen elk schepsel gods zijn vrijheden.

Even later arriveert Kristof, hij heeft deze afgelegen plek nagenoeg moeiteloos kunnen vinden, een prestatie op zich! Ik informeer hem over de stand van zaken en we overlopen de mogelijkheden op filmisch en andere gebieden, die dit unieke water ons biedt. Hij is alvast onder de indruk van het water en de ongereptheid ervan. Omdat de avond al flink gevorderd is en er nog weinig daglicht rest besluit hij om snel kamp op te slaan aan de overkant van de rechtse baai. Zo zal hij precies tussen Mark en mij komen te zitten wat het filmwerk praktischer moet maken. Hij is afgemat van de lange reis en door het maken van lange uren op zijn werk. Daarom wil hij de eerste nacht goed uitslapen zodat hij morgen fris en monter kan beginnen. Alweer een strak plan!

De ‘Kegel’

Bij het krieken van de dag krijg ik een aanbeet op mijn meest rechtse hengel die langs het lange eiland ligt. Er staat maar anderhalve meter water en het is dus een geschikt gebied om de vissen in het voorjaar op te vangen. Omdat het ondiepe water sneller opwarmt zijn dat de eerste plekken die de karpers gaan frequenteren. Terwijl ik de boot in de richting van de wegspurtende karper stuur, valt het me op dat het bijzonder frisjes is. Ik had beter mijn jas aangetrokken, doch hoe gaat dat als je beet hebt? Je staat stijf van de adrenaline en reageert op instinct. Je wil m.a.w. zo snel mogelijk bij die karper zijn. De dril verloopt eerst gezapig en kalm, maar van zodra ik de vis een eerste keer voor het net heb, ontwaakt hij en steekt een tandje bij. Het water is eerder troebel door een typische algenbloei die vaak in het voorjaar optreedt en doorgaans van korte duur is, en daardoor is het lastig in te schatten hoe groot de karper in kwestie is. Pas wanneer hij een tiental minuten later eindelijk finaal over de netkoord glijdt zie ik zijn contouren in vol ornaat en herken hem ook meteen als de ‘Kegel’ ofte de ‘Spiegel met de Gebroken Rib’. Eén van de oudste vissen van het water. De eerste vangst van de vis werd al opgetekend in 1994! Langs één zijde ziet deze oudstrijder er schilderachtig mooi uit, de andere zijde vertoont een eerder luguber uitzicht. Daar steekt een circa 10 cm uitstulpsel in de vorm van een kegel. Nu de vis zwemt al decennia rond in deze hoedanigheid dus levensbedreigend zal het alvast niet zijn.

Het is al de derde keer dat ik de ‘Kegel’ verras en doorgaans word ik niet meteen dolenthousiast van terugvangsten, echter het betekent wél dat we alvast wat hebben voor de film en daar draait het dit keer om!

Dankzij het gebruik van een quick link kan ik de onderlijn ter plaatse wisselen voor een nieuwe zodat ik de lange afstand niet nog een keer extra moet doen. Ik strooi er nog een partijtje boilies omheen en vaar rustig met de ‘Kegel’ in het net naar de oever. Kristof is duidelijk nog in dromenland, dus hang ik de vis even weg in een sling totdat onze man fris en monter zijn taak ter harte kan nemen. Ik steek het vuur aan voor koffie maar ook om mijn koude handen wat op te warmen. Ik tekst onze cameraman het goede nieuws en niet veel later arriveert hij, de camera in aanslag, op de stek. Zijn smile verraadt dat hij weinig last heeft van een ochtendhumeur, maar ik maak hem voor de zekerheid toch ook snel een scheut zwart goud. Hij kikkert zichtbaar op en we klinken op de eerste vangst van de sessie. Hij verbaast zich begrijpelijkerwijs over de karper met twee ‘gezichten’. De ‘beauty and the beast’ verenigd in één enkele vis.

Enter Mark

Niet veel later arriveert onze compagnon de route. Hij heeft de ochtendlijke sponde al vroeg verlaten om hier tijdig te zijn. Zijn ogen verraden honger en zin in karper. Koffie blieft hij niet en voor wat sterkers is de dag nog te jong. We babbelen wat bij en Kristof ontrolt zijn verdere plannen. Na een uur of wat kletsen vervolgt Mark zijn weg naar z’n stek en gaat Kristof aan de gang met het schieten van sfeerbeelden. De karpers houden zich voorlopig koest en dat blijft jammerlijk genoeg zo voor de rest van de dag.

We maken van de gelegenheid gebruik om een reeks shots op te nemen over de ins en out van het water, de populatie, de rijke geschiedenis van de plas en het materiaal dat we gebruiken tijdens deze sessie.

‘Goldfinger’, Marks gouden vangst

Pas tijdens de volgende nacht komt er weer karperleven in de brouwerij. Rond het misdadig vroege ochtenduur van 04.30u gaat er een vis met de secuur afgestelde snowmanpresentatie vandoor op de middelste hengel. Dit keer heb ik wel m’n jas meegegritst en dat is geen overbodige luxe tijdens de alweer kille nacht. De vis zit al in open water wanneer ik er boven kom gedobberd en niet veel later kan ik een dikbuikige leder in het net verwelkomen. In eerste instantie denk ik aan ‘Apollo’, een leder die ik al twee keer eerder had maar tot mijn groot genoegen merk ik bij aankomst op de stek dat het om ‘The Would Be Leather’ gaat. Dat treft bijzonder goed want dat is er een die ik nog nooit eerder ving. Happy days! De unster geeft 13,3 kg aan, het meetlint 78 cm. Het vangstenboek leert me later dat daar meer dan 4 kg en ettelijke cm zijn bijgekomen sinds zijn vorige vangst in 2015.

Ik zak de vis en stuur alvast een sms naar Kristof zodat hij ons bij daglicht kan vereeuwigen. Het is nog donker en koud dus ik kruip maar weer onder de wol en poog nog wat slaap mee te pikken. Als ik enkele uren later één van de grote wilgen rechts op de stek sta te besproeien zie ik Mark op het water dobberen. Net op dat moment komt Kristof eraan en even later staan we beiden het tafereel gade te slaan. Ik zie iets oranje boven water komen en vraag Kristof of Mark markers op zijn stek heeft liggen? Zou de gehaakte vis zo’n oranje marker hebben opgepikt? Kristof heeft geen weet van markers dus ik wijt het aan gezichtsbedrog van mijnentwege.

Nadat ‘The Would Be Leather’ is beklonken met een koffie haast Kristof zich richting Mark om diens vangst op pelicule te zetten. Niet veel later krijg ik een sms met het bericht dat mijn ogen toch niet zo slecht blijken. Mark ving immers één van de twee hier residerende koikarpers. Ik had dus toch iets oranje boven water zien komen! Het is ‘Goldfinger’, de kleinste van de twee, maar het zien en vangen van zo’n klomp goud is altijd weer een aparte belevenis.

Beiden vis op kant dus dat is alvast een succes!

Rond de middag volgt er opnieuw een aanbeet op dezelfde hengel die ook al in de vroege ochtend van de partij was. In eerste instantie voelt de vis goed aan maar eenmaal erboven en aan de oppervlakte ontwaar ik kleine kolken aan de waterspiegel. Dat duidt eerder op een bescheidener exemplaar en dat blijkt ook wanneer ik na nog enkele vermetele ontsnappingspogingen een kleinere spiegel kan netten. Ik herken hem meteen als de ‘Dolle Mol’, de grootste van vijf pas vorig voorjaar uitgezette spiegels. Het is al zijn derde vangst sinds uitzetting, hij lust er dus duidelijk pap van. Dat bewijst ook zijn groei want de vis heeft in een jaar tijd zomaar liefst vijf en een halve kilo aan gewicht bijgenomen en is 12 cm gegroeid. 8,8 kg al, dat wordt een goeie, en mogelijk een toekomstige topper!

Kristof pendelt heen en weer tussen Mark en mij. Wat we intussen niet weten is dat hij ons elk om beurt wat probeert te stangen en uit de tent te lokken door ons woorden in de mond te leggen. Hij wil zo het filmpje wat extra pigment, wat peper en zout meegeven. We ‘bekritiseren’ elkaars ‘kookkunsten’, zetten zogenaamd een wedstrijdje om ter meest vangen op etc. Kristof heeft jaren meegewerkt aan TV-’reality’-programma’s en heeft dus duidelijk wat opgestoken van zijn leermeesters bij Temptation Island! :-))

Enkele uren later krijgen we bezoek van Mark Van Giessel, onze verbindingsman bij Shimano. Hij komt zijn troepen overschouwen en ziet dat alles goed is en volgens plan verloopt.

Richting spoed

Al blijft dat goedgaan niet duren. ‘s Avonds krijg ik een alarmerend telefoontje van mijn maat aan de overkant. Zijn stem slaat haast over en verraad weinig goeds. Of ik meteen die kant kan opkomen want hij is door zijn enkel gegaan. Toevallig komt Kristof net mijn kant op dus informeer ik hem de onaangename plotwending. We treffen Mark aan met een enkel die de dikte heeft van een 30 mm boilie. Dat ziet er niet goed uit. Een rit richting spoed is aan de orde. Aangezien we onmogelijk al onze spullen kunnen achterlaten en het ook geen optie is om alles eerst in te pakken staan we even in dubio. Maar de redding is nabij. Theo Pustjens was net onderweg naar ons, neemt de taak van ambulancier op zich en brengt Mark naar de spoed van Maaseik. Daar wordt zijn enkel keurig ingepakt in een laag gips. Einde (vis)verhaal voor Mark. Het kan op geen slechter moment gebeuren natuurlijk… Net nu de maand mei voor de deur staat, bij uitstek één van de productiefste van het jaar.

Mark en Theo houden ons op de hoogte van de toestand terwijl wij Marks spullen intussen inpakken en in zijn achtergebleven auto laden.

De laatste nacht gaat in. Kristof en ik ontkurken een streekbiertje. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat we de laatste avond gedrieën gingen toasten op de goede afloop van de eerste filmsessie, maar dat is even anders euh… gelopen.

Een ongeluk komt nooit alleen

Even later verlaat ik Kristofs stek en vaar terug naar die van mij om de laatste nacht vol te maken. Onzer beide gedachten zijn bij onze onfortuinlijke vriend.

Op nagenoeg hetzelfde uur als vorige nacht krijg ik ook nu weer een aanbeet, op alweer dezelfde hengel/spot!

En dan gaat het grondig mis! In een poging om de boot tussen mijn twee andere lijnen te laveren pik ik de linkse op met mijn motor. Die draait al snel vast en tot overmaat van ramp vliegt ook de moer van de schroef eraf zodat ik op zo’n 30 meter uit de kant stuurloos lig te zwalpen. De roeispanen liggen – macht der (slechte) gewoonte – natuurlijk nog in de auto! Ik kant geen richting meer uit en dat terwijl er aan de andere kant van de lijn een dolle karper voor zijn leven vecht! Een karper die zich nog op meer dan 200 meter bij me vandaag bevindt. Dat wordt leuk! Not!!

Ik trek me langzaam in de richting van het verdwijnpunt van de lijn tot ik circa 10 minuten later eindelijk boven de vis ben aanbeland. Mijn gevoel heeft me niet bedrogen, het is duidelijk een vis uit de betere categorie. Ook dat nog! Hoe moet ik met die vis in het net in godsnaam weer op kant geraken… Nu, dat is een zorg voor later, laat ik er in eerst maar een keer voor zorgen dat het beest in mijn net geraakt. Nu de dril op zich is er een zoals ik er al zoveel heb meegemaakt en als de klus tenslotte is geklaard ben ik pas echt bij een lastig karwei aanbeland. Een zwalpende boot en een net met meer dan dertig pond spiegelkarper weer op mijn stek doen belanden. De enige hulpmiddelen voorhanden zijn twee deksels van aasemmers die ik in de boot heb. Vooruit dan maar, op weg! Ik peddel met een deksel in mijn linkse en een deksel in m’n rechtse hand in de richting van het schiereiland. Nog dik 150 meter te gaan, schat ik. Echt vlotten doet het niet en het feit dat het langs de boot hangende net voor extra gewicht zorgt, maakt de zaak nog lastiger. Vooral omdat de ene kant van de boot flink tegenwerkt en meer ‘roeikracht’ verreist dan de andere zijde maakt de klus ingewikkeld. Af en toe pauzeren is bovendien geen optie want de wind blaast me meteen uit balans en het brengt de boot nog meer uit koers. Wat een geweldige hobby hebben wij toch. Vertel dit aan een niet-visser en hij denkt dat er een steek bij je los zit. Nu, misschien is dat ook wel zo. Echter, ‘no sweat, no glory’.

Het voelt zoet aan wanneer ik ten lange leste de kant bereik met een net vol karper. De vis, die ik in het licht van mijn koplamp al van in den beginne heb geïdentificeerd is er één van de 2011-uitzetting en eentje die ik al twee keer eerder had. Alleen is het duidelijk dat hij tijdens mijn twee jaar durende afwezigheid op het water duidelijk een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt en de unster bevestigt mijn schatting, het is een dertiger. De eerste van die reeks die de barrière doorbreekt. En ik ben zeker dat er nog rondzwemmen, het is immers overduidelijk dat de vissen afgelopen jaar een florissante tijd hebben beleefd.

Geslaagde missie

Enfin, eind goed, al goed. Nadat de vis is gezakt dien ik naar de wagen om een nieuwe moer voor de schroef op te halen. Nadat ik er de erin gedraaide braid heb uitgepeuterd kan ik de nieuwe moer vastzetten en is de motor weer varensklaar. Ik breng de hengel weer weg, die kleine moeite neem ik er maar bij, ik ben nu al zo lang in touw.

Als ik mezelf eindelijk afgepeigerd en koud tot in m’n botten boven mijn Colemanvuurtje zit op te warmen kan ik terugblikken op een goede afloop. Ik vul de warmwaterkruik en duik nog even in de slaapzak. Kwestie van wat bij te komen en terug de oude te worden.

Kristofs oren klapperen als ik enkele uren later mijn weinig benijdenswaardige belevenissen uit de doeken doe. Maar goed, we hebben toch maar weer een vis erbij en wat voor één: de beste van de sessie!

Als midden op de dag, eigenlijk net voor ik besloten had om af te sluiten, dezelfde hengel nog een laatste keer tot leven komt ben ik blij dat ik alsnog de moeite heb gedaan om hem opnieuw ter plaatse te brengen. Nr 5, nog maar eens een spiegel, en dat op een water dat bekend staat om zijn schubkarpers, wordt veilig en wel geland. Een twintigponder van de 2012-reeks en eentje die ik nog niet had. Fijne afsluiter!

Ondanks alle perikelen kunnen we, visgewijs althans, terugblikken op een geslaagde missie. De ‘collateral damage’ van Mark is minder leuk, maar terwijl ik dit relaas neerschrijf kan ik alvast melden dat hij aan de beterhand is en dat hij ‘armed and ready’ zal zijn tegen ons volgend avontuur, ergens in de maand juni! Tot dan!

Alijn Danau

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie