Crank it…

Veel vis vangen wil iedereen. Maar vis vangen met een techniek waarvoor je hard moet werken geeft voor mij net even iets meer voldoening. Vissen met cranks bijvoorbeeld… Dit is vaak hard werken en uren niks vangen. Toch geeft het een kick als het dan toch lukt.

Wat is een crank eigenlijk?

Een crank, daarover gaan vele verhalen. Onder de ‘die hards’ is een crank een eendelige plug welke drijft en je zelf onder water moet trekken en actie kan geven zoals je zelf wilt. Geen jerkbait, swimbait, stickbait, twitchbait dus. Het model varieert enigszins maar door de regel zijn ze wat bollig en voorzien van een zwemlip. Het is een type plug wat erg lang bestaat en nog steeds erg populair is in vele landen. Je moet dus zelf de plug op diepte brengen. Bij zinkende pluggen zou je deze op de bodem kunnen laten vallen en een soort van jiggend kunnen vissen, maar dat is nou juist niet de bedoeling.

Hoe diep?

Gelukkig is elke dag anders en is het ook nog eens zo dat roofvissen op verschillende diepten verblijven. Maar door de regel vis ik tussen de 1 en 6 meter diep. Afhankelijk van het verloop van de dag kan het zijn dat ik voornamelijk met cranks vis die niet dieper lopen dan drie meter. Ik kan dan tussen de 1 en drie meter prima vissen. Ik werp richting de stek en start met draaien. Ieder kan voor zich zelf bepalen hoe; snel, tussenstops of andere type bewegingen geven. Ik merk nog geen verschil in een bepaalde snelheid, actie of tussenstops. Elke aanbeet is anders. Soms direct na de eerste keer draaien. Een andere keer halverwege, maar ook meer dan eens net voor de boot – en dit bij alle rovers. Je moet dus altijd alert zijn en blijven, van begin tot het eind. Die totale concentratie vind ik persoonlijk een van de mooie dingen bij deze visserij.

Wil ik dieper vissen dan drie meter dan komt er meer bij kijken. Cranks op diepte krijgen en houden is best lastig. Ten eerste heb je hiervoor de juiste cranks nodig (af te lezen op de verpakking)  maar ook de lijn, hengel en reel of molen zijn hierbij erg belangrijk. Je moet het zo zien: als je een diepte van 6 meter wilt bereiken dan moet je relatief ver werpen. Het type plug is hierbij belangrijk, maar nog altijd moet de diepte worden bereikt. Dit geeft veel weerstand op de hengel. Een te harde hengel zal niet werken en is ook erg onplezierig. Een speciale ‘crank rod’ is (Loomis Crank Series of Zodias Cranking Rods) dus echt nodig. Naast de hengel is bij de visserij op diepte ook de reel/molen van belang. Vooral de gear ratio is bepalend: een 5.2:1 is een ideale overbrenging. Zie de gear ratio als een versnelling op een fiets. Met een hoge versnelling een berg op rijden is erg lastig; lees veel weerstand. In een lage versnelling kan je wel bergop komen zonder extreem veel moeite. Dit zal ook zo werken als je een plug diep wilt laten duiken en de weerstand op de hengel acceptabel wil houden. Daarnaast wordt er soms te snel gevist met een te harde hengel waardoor vis wordt verspeeld. De inhaleringkracht van de vis speelt hierbij een rol. Een meegevende hengel (crank rod) is dus zeker een groot voordeel hierbij.

Fluoro carbon of gevlochten lijnen?

Fluoro carbon heeft vele voordelen; het zinkt, is rond, maakt nauwelijks geluid, nauwelijks zichtbaar onder water, rekbaarheid en werpt prettig. Vooral wanneer je diep wilt vissen is de diameter en het feit dat de lijn zinkt belangrijk. Cranks komen eerder op diepte en blijven daar dan ook. Voor de visserij op baars en roofblei ideaal, maar voor snoekbaars (harde bek) en snoek veel minder. Voor baars is fluoro dus zeker een aanrader, maar snoekbaars verspeel je nogal eens omdat de haak niet goed kan worden gezet. Ik gebruik beiden: Door de regel 10/00 tot maximaal 13/00 Power Pro als gevlochten lijn en 22/00 tot 25/00 Fluoro crabon. Denk bij fluoro aan het opspoelen (reel/molen) dit moet goed gebeuren anders heb je continu pruiken. En pruiken bij fluoro betekent vaak lijnbreuk. Vooral als het een aantal keer voorkomt als het op een reel zit. Binnenkort zal ik e.a. via een clip laten zien wat de juiste opspoel methode hiervoor is.

Molen of reel?

Een reel is voor deze visserij zeer aan te raden. Je werpt sneller. De lijn zit vertikaal op de spoel en hierdoor ontstaat er een beter contact met het kunstaas, maar ook tijdens een contact met een vis. Als het maar even kan kies ik hier dus voor. Mijn aller aller grootste voorkeur gaat uit naar een Calcutta Conquest. Deze reel heeft een perfecte gear ratio en ik vind het een kunstwerk op zich. Wellicht niet de lichtste reel, maar onverslijtbaar. Helaas kost deze reel ook een paar knaken, maar je hebt hem voor je leven. Uiteraard zijn er tal van andere reels die ook prima bruikbaar zijn zoals de Curado met een overbrenging van 5.5:1

Maar er zit een keerzijde aan het gebruik van een reel. Vooral met cranks in combinatie met teveel wind krijg je problemen. Dan is de kans op een pruik groot en ook het ver en precies werpen wordt erg lastig. Als die omstandigheden zich voordoen dan ga ik voor een molen. En ook hier geldt hetzelfde qua gear ratio. Je hebt dus wel degelijk een geheel andere rig setup nodig dan een traditionele visserij. Vooral als je dieper wilt vissen en er echt voor wilt gaan.

World Crank Cup

Tijdens de World Crank Cup heb ik beide setups gebruikt. Veel wind zorgde ervoor dat ik stekken zocht met wind in de rug. Hierdoor kan ik ver werpen en met een reel. Ik kon de diepte bereiken en moeiteloos (hoewel, ik wel wat blaren had na twee dagen 8 uur werpen) blijven vissen.

We mochten vissen op drie rivieren en we moesten baars, snoekbaars, snoek, winde en roofblei vangen. Elke dag. Ik ben dan ook trots dat ik gewonnen heb –en niet van de minste. Meestal winnen er namelijk collega buitenlanders als je de resultaten erop naslaat. Hoe dit precies is verlopen vertel ik een volgende keer.  Tevens zal ik wat clips opnemen om stap voor stap e.a. toe te lichten.

Tot die tijd wens ik jullie allemaal een heel gezond en gelukkig 2018: de basis voor een cranky visjaar…

Willem Stolk

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie