Najaarsperikelen

Op zaterdag 28 oktober schud ik om 6.00 u fris en monter Willem de hand. Mijn makker is minder goed uitgeslapen, dat merk ik aan zijn gedempte stem en vermoeide gezichtsuitdrukking. We gaan op pad voor een tocht die ons langs zowat alle VBK-waters zal leiden. ’n Tof uitje met als doel het schieten van wat beeldmateriaal. Sfeervolle luchtopnames van plassen die baaden in herfstkleuren, met Willems drone. Ik heb me er weken lang op verheugd. Het is altijd leuk om een professional aan het werk te zien en met Kwinten weet je dat het verwerken van al die beelden leidt tot een prachtig eindresultaat.

Nog voor het ochtendgloren houden we halt bij de Egleghemvijver in Hombeek. Deze ruim 40 ha grote plas, ooit ontstaan door zandwinning, is met recht en reden hét topwater van het noorden te noemen. Dat noorden van me begint ten noorden van Parijs, voor de goede orde. Hombeek is de thuis van een oude generatie topvissen hors catégorie. Een taaie noot om te kraken, want er druipen keer op keer meer vissers af met de staart tussen de benen, dan met ‘de sigaar in de wind’. Karakterkarpers met ‘t instinct op scherp vragen om doorzettingsvermogen en kunde.

M’n makker zet z’n camera op het statief voor een timelapse. Om de zoveel seconden een foto, en dat veertig minuten aan een stuk. Na het editen van deze gegevens zullen de nu kruipende wolken een atmosfeer in beweging worden, en zie je de zon naarstig voorbij de einder klimmen. De natuur is zo ongeloofelijk mooi, als je ’t wil zien. En als je kwaliteit uit je fototoestel weet te halen.

Even later klieft de drone door het luchtruim. Op het kleine scherm van Willems telefoon volgen we beiden de adembenemende vergezichten. Een groepje ganzen passeert op enkele meters voor de lens, terwijl het toestel de nodige data op z’n geheugenkaart schrijft. Of hoe technologische realiteit en dromerige romantiek ook in deze situatie hand in hand gaan. Het is maar hoe je ’t wil bekijken.

We houden de timing strak, er moeten namelijk maar liefst zes plassen worden bezocht vandaag. Na een vluchtig gesprek met enkele lokale vissers zetten we dus snel koers richting de grens met Nederland. In de auto vraagt Willem wat hij mag verwachten van de andere locaties. Ik schets het een en ander en label ‘Oasis’, met de haar zo kenmerkende treurwilgen langs haar oevers, als het meest intieme plekje op onze route. Une tache de beauté in het verstedelijkte Oudenaarde.

Na korte tussenstopjes langs de Rode Sluis, het Eendenmeer en ’t Veer, stuur ik m’n busje de toegangsweg van Oasis op. Routineus herhaalt Kwinten de modus operandi, waarna de drone opnieuw opstijgt. Ik rommel wat in de laadruimte van het busje, als plots enkele krachttermen de stilte doorbreken. Willem staart voor zich uit, de ogen op de overzijde van de plas gericht. “Ik zag plots wat takken op het scherm verschijnen, en enkele seconden later viel de verbinding weg. Ik vrees dat de drone tegen de overkant in het water is gedonderd,” mompelt ie. Alle hens aan dek! Ik trek het waadpad aan, en snel achter m’n makker aan richting Scheldekant. Een korte evenwichtsoefening op een overhangende tak later, gooien we het over een andere boeg. De rubberboot het sop op, en zoeken maar. Het water op de plaats delict is zo’n anderhalf tot twee meter diep, dus met een beetje geluk kunnen we de gevallen vogel spotten. ’t Is niet eens het terugvinden van de drone waar Willem ’t meest mee zit. Dat geheugenkaartje in z’n romp; dat moet en zal gerecupereerd worden! Daar staan namelijk de beelden in HD op…

Met z’n tweeën in een rubberboot van 1,60 m, dat is het betere kunst-en-vliegwerk. Al na een half uur dobberen hebben we beiden stramme benen en slapende voeten, maar nog geen drone. Borrelen er in de nabijheid van de overhangende takken enkele belletjes op, dan springen we daar als bloedhonden bovenop. Vruchteloze pogingen. Kevin Schiemsky, die ondertussen is aangekomen voor een sessie, slaat ons gade vanaf de kant. Circus Oasis… Willem kan zelf nog het hartelijkst lachen om de situatie, en confisqueert met de glimlach Kevins schepnet om vanuit de boot de bodem af te schrapen. Maar ook dat blijkt geen succes. Het herbekijken van de laatst opgeslagen beelden geeft voldoende zekerheid om te besluiten dat het toestel hier, onder deze takken, te water moet zijn gegaan. Geen twijfel mogelijk! Dat vraagt om een drastische beslissing.

Willem ontdoet zich van zijn kleren, en ik kachel alvast de auto aan. Verwarming op maximaal en de blazers vol open. Kwinten vaart in z’n onderbroek terug naar de takken, en gaat te water. De blik op z’n gezicht verraad de bijtende kou. Hij waadt tot een diepte waar hij nog net het hoofd boven water weet te houden, en voelt meteen een van de propellers van het verzopen luchtschip. Bingo! Al bij poging twee lukt het ‘m om het ding te grijpen. De lampjes van de batterij knipperen onheilspellend, maar het geheugenkaartje is terecht! Een geluk bij een ongeluk.

Op de weg huiswaarts houden we na een uur rijden halt bij Alijn. Daar moet ik toch even zijn om m’n spiksplinternieuwe Shimano Power Aero’s op te halen, die hij voor me had meegebracht vanuit het Shimano hoofdkwartier. Bij het openen van de voordeur kijkt Alijn een nog steeds bibberende Willem aan, terwijl ik zelf de oververhitting nabij ben. One for the team. 🙂

Die avond arriveren we een uur later dan voorzien aan Heylakker, waarna Willem weer huiswaarts rijdt. Ik blijf nog even hangen, want m’n clubmakkers serveren vanavond heksenketelgoulash. Dit ter gelegenheid van de nieuwe steiger voor onze visserssloepen, die op gepaste wijze gedoopt werd vandaag. Weer een prachtig project tot een goed einde gebracht aan m’n thuiswater. Hij is oerdegelijk en drijft, en dat heeft veel te maken met ’t feit dat ik er bij ‘the making of‘ met m’n tengels af ben gebleven.

Na een heerlijke maaltijd haal de camera uit de tas, om wat sfeerbeelden te schieten. Had je me een half jaar gelden gevraagd voor nachtshots, dan had ik moeten passen, wegens totaal ongeschikt. Maar hier en nu, is dat een ander verhaal…

Over karpervissen en fotografie

Foto’s van mijn sessies heb ik altijd al gemaakt. In het prille begin, midden jaren ’90, gebeurde dat met wegwerpcameraatjes. Enkele jaren later had ik meer geld te besteden en ging het snel van stap 2 – een écht toestel met fotorolletjes – naar stap 3: een simpel doch voor die tijd dure digitale camera. Later kocht ik me een camera met kantelbaar scherm, om vervolgens over te stappen naar een Canon G12: ook een digitale compact met kantelbaar display. En daar bleef het bij. Jaren aan een stuk. Tot ik in de ban geraakte van foto’s met meer inhoud dan enkel een man en ’n vis. Tot ik op Willem botste.

Ondertussen heb ik de overstap gemaakt naar een digitale spiegelreflex, ’n tweedehands Canon. Maar wat ben je met een racewagen als je niet eens over een rijbewijs beschikt?! Dankzij m’n makker been ik stapje voor stapje bij in de wondere wereld van de fotografie. Heb zelfs al een extra lens gekocht (50 mm 1.8 voor de volledigheid) en plan volgend jaar de aankoop van een externe flitser en een groothoeklensje. Sluitertijden, ISO-waarden en diafragma’s: ik ben mee met de terminologie én hoe deze variabelen te gebruiken voor een mooi beeld. Natuurlijk met een goede setting, en met de wetenschap dat je enkel al doende kan leren. Zelfs het ooit onontgonnen pad dat als ‘de Manueel stand’ door het leven gaat, heb ik reeds met vallen en opstaan bewandeld! De weg is nog lang, maar uitermate boeiend. Dat is de jacht op die karpers ook, nu ik er over nadenk. En zo is ook die cirkel weer rond…

Tegen het volgend voorjaar zal niet alleen mijn camera weer zijn uitgebreid met wat extra spullen, ook mijn gezin telt dan een telg meer! Een zoon wiens naam ik nog niet mag vernoemen – Carmen doet me wat… – woont dan samen met ons onder dit dak. En ook voor deze gelegenheid komt dat ‘plaatjes schieten’ goed van pas. Niet schots en scheef, zoals ik dat vroeger deed, maar met finesse. En dat heb ik vooral aan Willem te danken. Cheers!

Mark Hoedemakers

Tocht naar de Tropen (Rainbow part 2)

Aan de vooravond van onze 2e weektrip down south check ik, eerder terloops, de weersverwachting voor de komende 7 dagen. Mijn tot dan toe eerder chille stemming slaat ogenblikkelijk om. Er staan immers tropische temperaturen op het programma. De voorspelling is dat we één dag krijgen van om en bij de 30°C en de rest boven de 35°C zal uitkomen. Echt zonnig wordt mijn gemoed daar niet van, ik gedij niet zo goed in dergelijke omstandigheden. Wat ik dan nog niet wist: de zelfverklaarde weergoden hadden het (zoals wel vaker) niet helemaal bij het rechte eind. Het zou nog een pak heter worden dan dat….

We zijn met zijn tienen. Geert Ooms, Rogier Smit, Niko Vervaet, Nico Vereecken, Mattijs Celie, Jari Vandevijver, Jimmy Van Heghe en nog een handvol fijne boys zijn van de partij. Goed gezelschap is het alleszins en als we op vrijdagavond gewoontegetrouw verzamelen blazen in de lokale pizzeria is de sfeer, ondanks de vooruitzichten, opperbest, want hartelijk en amicaal. Lekker ongedwongen en cool, voor zover dit laatste woord ondubbelzinnig kan worden gebruikt.

Enfin, de pizza smaakt voortreffelijk en we klinken nog na tot laat in de nacht in het clubhuis van het water.

De vooruitzichten

Die zijn niet meteen om naar huis over te schrijven. Onze voorgangers zijn Rainbowhabitués Kevin Ellis van Cassienfame en Lee Boyers, ooit een gevierd Leeds en Birminghamspeler met meer dan een decennium Premier League achter zijn naam. Ze hebben 2 weken vissen op de teller staan en vingen vooral gedurende de eerste drie dagen van hun trip uitmuntend goed. Regen en wind waren hun deel tijdens de start van de sessie en dat is zoals geweten prima visweer voor The Bow. Toen de temperaturen gestaag bleven klimmen, de zon de overhand kreeg en haar verzengende stralen richting aardoppervlakte stuurde werd het zienderogen minder en de laatste anderhalve week brachten nog een schamele 7 vissen op voor hun beiden.

En dan zit het ons nog mee in die zin dat er op het gros van de andere stekken nog beroerder werd gevangen. Enkel 18 en 6 doen het relatief goed naar de omstandigheden. Voor de rest is het behelpen. De gelovigen onder ons bidden tot de (karper)goden, de anderen stellen hun vertrouwen in eigen kunnen. En wie weet zullen ze daar ooit voor branden in de hel en iedereen weet dat de temperatuur daar nog een stuk hoger ligt dan in het hier en nu. En mens zou zich slag om slinger alsnog bekeren.

Het opbouwen van onzer beide kampementen zorgt alvast voor een voorproefje van wat komen gaat. Mijn bivvy staat op een vooruitgeschoven ponton zonder ook maar één streepje schaduw. Er is geen enkel ander alternatief, dus er is geen ontkomen aan. Zo moet een brood zich dus voelen wanneer het in de oven wordt geschoven, bedenk ik me. Echter, het zou klein bier blijken te zijn in vergelijking met wat komen zou. Het kwik klimt die dag ‘maar’ tot 31°C en dat soort temperaturen stellen aan het einde van de week niks meer voor, meer zelfs, we zouden maar al te graag geld betalen voor dergelijke ‘koelere’ dagen…

Tegen mijn verwachtingen in komt er in de vooravond van die eerste dag al een vis op kant. Onze gevinde vrienden hebben er in tegenstelling tot ikzelf blijkbaar wél zin in. Een spiegel van 16,2 kg komt me koelte toezwaaien met zijn staart en pletst wat water in mijn gezicht. Nadat de vis is teruggezet zoek ik samen met m’n vismaat Mattijs weer de schamele stukjes schaduw op die enkele ons goed gezinde bomen werpen achteraan de stek. We smeken de zon om het kalmer aan te doen en godbetert haast te maken met dat zakken van d’r. Het schors van de dennen glanst in de zon en past sierlijk als een mozaîek in elkaar. Hars lekt uit de bast en verspreidt een aangename geur. We zijn de eerste dag heelhuids doorgekomen. Nu die huid zou naarmate de week vorderde loskomen en vervellen. Zo weten we ook weer hoe slangen en hagedissen zich elk jaar voelen.

De ochtend is het fijnste moment van de dag. Met een graad of 20, 22°C is het zelfs aangenaam te noemen. En zeker wanneer ook nog vis nr 2 in het net belandt: een schub van 17,7 kg. Meer is ons voorlopig niet gegund, nee de rest van de dag is het puffen en permanent meedraaien met het beetje schaduw achteraan onze stek. De thermometer geeft 34°C aan. De voorspelling is dat er daar morgen nog eens 4°C bovenop komen… Waar zijn de winterheiligen als je ze nodig hebt?

Dag drie is het als vanouds bakken en braden, maar hij brengt als het ware wel vier vissen voort! Ze prikken zich stuk voor stuk in de vlijmscherpe Carp Spirit Razor Point haken maat 2. Eén komt in het holst van de nacht, twee volgen in de vroege ochtend en de vierde valt opnieuw rond de klok van 18.00u. Deze laatste is met zijn iets meer dan veertig volle ponden ook de beste tot nu toe. Andere hoogtepunten zijn de verfrissend koude douches waar we enkele keren per dag gretig gebruik van maken. Heerlijk om je lichaam zo te laten afkoelen. Niet dat die afkoeling lang aanhoudt, maar goed… Ons drinkwater slinkt met de dag en het is duidelijk dat ik zal mogen bijtanken aan het einde van de week.

Bunker van een spiegel

Daar ik toch meer vissen aan het azen krijg dan verhoopt strooi ik ook wat rijkelijker in het rond met mijn meegebrachte vismeelbolletjes. Zoals gebruikelijk zijn dat de CCMoore Odysseys. En die werken sowieso altijd al uitstekend, maar bij warmere watertemperaturen zijn ze om één of andere reden nog net iets beter! Zelfs zo goed dat ik de volgende nacht een bunker van een spiegel kan verwelkomen. Het bakbeest heeft begrijpelijkerwijs weinig zin in een robbertje vechten, de watertemperatuur bedraagt overdag al 30°C en koelt ’s nachts amper enkele graden af. Dus de dril stelt niet zo gek veel voor maar hey, waarom zou ik daar om malen? Hier had ik aan het begin van de trip altijd voor getekend! De vis in kwestie (goed voor 30,6 kg) is bovendien ook nog eens schitterend geproportioneerd en ziet er likkebaardend goed uit. De laatste keer dat ik hem in mijn handen hield was 10 jaar geleden en exact 20 pond lichter.

Het metaal van de Baitrunners blinkt, de lak van de Tribal boothengels glanst in de verzengende zon. Alles en iedereen kreunt onder d’r loden gewicht. Maar goed, ondanks de tropische hitte valt het resultaat tot dusver meer dan behoorlijk mee. Eerlijk gezegd is het zelfs boven mijn stoutste verwachtingen, het weer en de vangsten van afgelopen week in acht genomen. Alleen vind ik het sneu dat Mattijs voorlopig nog niet in actie is kunnen komen. Mijn vissen komen allen van dezelfde twee afstandshengels dus ik stel voor om een hengel van hem daar te vissen mocht het bij hem stil blijven.

Woensdag en midweek al. Zoals voorspeld en verwacht nog meer hitte. We krijgen het afgeronde getal van 40°C op ons bord. De hitte is verzengend, van zodra je uit de schaduw stapt krijg je een dreun te verwerken. Ondanks dat vallen er vijf aanbeten! Gelukkig zijn er vier daarvan in de vroege ochtend als de zon nog niet op volle kracht draait. Schubs van 9, 11, 16,4  en 23,7 kg en een 19,2 kg spiegel. Ik vind het goed zo en maan Mattijs aan om een van zijn hengels op één van mijn productieve spots te leggen. Being every inch a gentleman als hij is, stribbelt ie wat tegen maar ik blijf hem aanporren tot hij voor de bijl gaat. Ik weet, hij doet niks fout in zijn zone maar de vissen komen voorlopig gewoon niet door.

Donderdag is pas een kwartier oud als mijn rechtse en nu nog enige afstandshengel een lange 18,2 kg schub baart. Gelukkig is Mattijs enkele uren later op links aan de beurt. Het heeft even geduurd maar soit, een 13,6 kg spiegel is zijn deel. Hij geniet zienderogen en dat doet mij dan weer genieten. Bij het eerste ochtendgloren vangen we elk nog een vis erbij. Ik teken voor een 17,1 kg schub en Mattijs vangt een geweldige schub van 22,1 kg op één van de hengels in zijn eigen zone. Dat is dus dubbel kicken!! De rest van de dag brengt nog een schub van 22,4 kg die ik ook vorige sessie had en een spiegel van 18,3 kg.

Volgens de ‘Météo’ zouden we morgen eindelijk ‘koeler’ weer mogen verwachten. We hopen het en snakken ernaar want we zijn elke dag aan het einde ervan knock out en pompaf van het ongelijke gevecht met die ploertige zon.

Eindelijk wat afkoeling

Vrijdag brengt als het ware regen. Wie had dat verwacht? Zelfs de weersvoorspellers niet want er stond volgens hen enkel bewolking op het menu. Het blijft een ganse dag gestaag vallen, niet heftig, het is eerder een miezerregentje maar wat is die welgekomen! We tekenen alsnog 30°C op maar wat voelt dat een stuk koeler aan dan afgelopen dagen. En we zijn niet de enigen die baat hebben van deze verkwikking. Ook de vissen schieten plots in actie en schakelen een versnelling hoger. Ze schuiven bovendien op naar het open water want ook de korter liggende hengels delen nu in de aanbeten. Gedurende de laatste 24 uur vangt Mattijs er nog 3 bij en kan ik nog 6 keren uitrukken. Het hoogtepunt is de vangst van een duo 24 kg+ spiegels waarvan met name de laatste, letterlijk tijdens het inpakken, me ontzettend blij maakt. Het is immers een vis die ik al 5 jaar niet meer had gezien en die ik had ‘opgegeven’! Niet dus, het prachtig beschubde dier is alive & kicking en zwaait ons, moe maar voldaan, uit. Op naar het hopelijk koelere België nu!

 

Alijn Danau

SPODDEN – ONBEKEND IS ONBEMIND?

Het is 19 juli en heet. De Lage Landen kreunen al een tijdje onder een aanhoudende droogte, het contrast met dik 12 maanden geleden kon niet groter zijn. Er hangt onweer in de lucht en ik kan amper wachten tot het zal rommelen en rammelen. Goed geluimd sta ik al zo’n 3 kwartier te spodden. Boilies en een partikelmix bestaande uit tijgernoten en hennep klieven ‘raketgewijs’ door het luchtruim. Op afstanden tussen 85 en 100 meter spat de Spomb open zodra deze het wateroppervlak raakt. Ik denk dat zelfs despoten als Kim Jong-un dit een leuk tijdverdrijf zouden vinden. Het binnen draaien van het raketje en het laden daarvan laten ze wellicht over aan een onder het leed gebukte, doch plichtbewust glimlachende slaaf, maar het lanceren van het ding: ho maar! Da’s spek naar de bek van Kimmy!

Gisteren vatte ik post aan een van de uiteinden van de plas: de diepere baai waar ruim 4,5 meter water staat, in het midden bezaaid met wat afgezaagde stronken, die evenwel geen probleem mogen vormen na een aanbeet. Ik vis de 2 hier toegestane hengels richting het talud aan de overkant, waar bomen en struiken als een lappendeken over de waterkant hangen. Deze morgen zag Tom hier een tiental karpers dobberen, en toen ik zelf enkele uurtjes later poolshoogte ging nemen, lag er nog een vis of 5 te soezen. Ik wist er gedurende 20 visuurtjes echter geen enkele te verleiden tot een aanbeet, en pakte – het naderend onweer in het vooruitzicht – tegen het middaguur in om te verkassen naar een van de stekken in het bos. Een stekwissel die me noopte de spodhengel en Spomb uit het foudraal te grissen.

Vaak gebruik ik het ding niet, eigenlijk enkel hier, op een zandafgraving waar het gebruik van elke soort boot uit den boze is. De katapult is een no go, wegens het geringe bereik, en een werppijp hoef je nog maar vast te nemen, of de hele meeuwenkolonie vliegt op en is klaar om 70 procent van de gevoerde boilies uit het water te pikken. De door Pavlov ontdekte klassieke conditionering heeft ook de meeuwen in haar ban. Blijft over: de ‘spodrod’!

Hoewel aan de oevers van deze plas, in deze omstandigheden een noodzaak, is het eigenlijk frappant dat de spodmethode in onze contreien niet méér wordt ingezet. Waters met een (voer)bootverbod zijn er toch overal ten lande? Daarbij is het een instrument dat, als je ’t goed inzet, een meerwaarde kan betekenen voor je visserij en je zeker en vast extra karper op de kant zal brengen. Plus – en da’s ook niet onbelangrijk – scheelt het je een aardige cent in je budget als je de aankoop van een goede spodhengel en -molen af gaat wegen tegen die van een degelijke voerboot.

Enkele kenmerken / voordelen:

– Relatief goedkoop in aanschaf.
– Makkelijk voeren op grote afstanden.
– Ook partikels of boiliekruim voeren vormt geen enkel probleem.
– Ten opzichte van de werppijp creëer je, i.p.v. een zeer verspreid boilietapijt, een grote voerplek of een grote oppervlakte met allemaal kleinere hoopjes voer. Dit kan in de juiste omstandigheden een bepaalde conditionering van karpers omzeilen.
– Geen last van meeuwen die je aas onderscheppen.
– Je spodrod kan zo mee in het foudraal, je hoeft dus geen (voer)boot mee te zeulen. Makkelijk voor korte sessies of voor het mobiel vissen.

Zelf maak ik voor het spodden gebruik van de Shimano Aerlex 7000 Spodmolen, die voorzien is van 3 lijnclips. De molen haalt zonder problemen de door mij gewenste afstanden, al heb je aan mij nu niet meteen een crack in het gooien van extreem verre worpen. In combinatie met de Tribal TX Spodhengel heb je een spodmachine waarmee je vol vertrouwen naar elk waterfront kan trekken. Voor de volledigheid: ik gebruik een 3,65 m 5-pondsstok.

Nog een laatste tip, en eigenlijk een must! Schaf je meteen een handschoentje aan om je vingers te beschermen. De kracht die je uitoefent op je wijsvinger is bij het spodden enorm!

Spod ze, en vang ze!

Mark Hoedemakers

België (Part 1) – met Remond van Dijk

Begin April rijd ik in de Belgische Kempen over een stoffig grindpad door het bos. Al zig-zaggend om de grootste kuilen te vermijden verplaats in mij langzaam richting een prachtig water wat hier ergens verscholen ligt tussen deze bossen. Het grind knarst onder mijn banden terwijl ik een flinke ‘rookpluim’ van stof achter mij laat. Ik check mijn navi nog maar eens of ik hier wel goed zit als dan opeens aan mijn linkerzijde het water opdoemt; bestemming bereikt!

Ik ben hier op uitnodiging om met een paar jongens van het magazine Karper een weekendje te vissen en bij te kletsen. Arnout Terlouw is er inmiddels al een uurtje, de andere jongens komen later in de middag en na het schudden van de handen lopen we gezamenlijk een rondje om het water om de stekken te bekijken en eventueel actieve vis te spotten. We zien wel wat beweging tussen de rieten in de kanten maar voor de rest ziet het een vrij rustig uit, de watertemperatuur is ondanks het ondiepe water (ca. 1,50 meter) nog maar een schamele 11-12 graden. Ik besluit uiteindelijk om in de voorste kom plaats te nemen, ten eerste omdat mijn gevoel zegt dat ik hier moet wezen en ten tweede omdat ik hier een kom helemaal voor mezelf heb , zonder dat ik ‘last’ heb van mijn mede-vissers qua lijndruk en eventuele andere verstoringen.

Vlak nadat mijn shelter voor de komende 2 nachten staat arriveren ook de andere heren en zijn we compleet; boten gaan te wateren en de stekken worden minutieus uitgeplozen. Omdat Richard en ik vlakbij het huisje aan het water slapen en Arnout heerlijk in het huisje kunnen we ’s avonds genieten van een heerlijk warm knisperend haardvuur op het terras. Johannes en Mark bevissen samen de achterste kom dus kunnen helaas niet van deze luxe genieten.

Al vroeg ik de avond trekt er bij mij een steur aan de bel, leuk, maar hiervoor rijdt ik niet naar België! We genieten nog even van een verfrissende glas gerstenat en de heldere sterrenhemel en kruipen dan in onze slaapzakken. Hopelijk brengt de nacht wat actie! Iets na drieën; een schelle pieptoon wenkt me abrupt terwijl een fel blauw ledje mijn shelter verlicht… Versuft kijk ik naar mijn hengels en nog voor mijn hoofd weer op het kussen ploft zie ik de top krom trekken en volgt er weer een serie schelle tonen. Wanneer ik de hengel oppak en aansla voel ik, niets… Shit! Als het maar niet weer zo’n steur is die baantjes door de lijnen aan het trekken is! Vlug de boot weer in en zachtjes de montage weer spot-on leggen. Een kwartier later sluiten mijn luikjes weer.

Nog geen uur later sta ik met dezelfde hengel in mijn handen, maar nu hangt er wel een woeste vis aan de andere kant van de lijn, bingo! Een mooi gevecht volgt en gelukkig kom ik als winnaar uit de bus; de eerste is in de pocket! Een schitterende schub wordt  voor even weggehangen om in het eerste licht wat foto’s genieten van deze mooie vangst.

‘S ochtends blijkt na de eerste kop koffie dat het bij de andere jongens rustig is gebleven; wordt de camera uit de tas gevist en wordt de schub digitaal vereeuwigd. Tijdens de volgende kop koffie valt mijn oog op wat deiningen strak tegen de overkant achter een eilandje. In een tijdsbestek van zo’n 20 minuten zie ik zo’n 3 keer duidelijke karperactiviteit onder dat kant. Ik zet mijn receiver bij de tent van Richard en loop om het water met een kwart emmer verkruimelde Source boilies, zoete blikmais en maden en voer dit voorzichtig onder de overhangende takken. Een half uur later vaar ik mijn onderlijn erheen, voorzien van een washed out Crave pop-up van Dynamite Baits met wat wriemelde maden erop bevestigd. Zodra de hengel op de steunen ligt loopt ik richting het huisje om mijn handen te wassen als de hengel al met een rotgang vertrekt! Gelukkig staat Richard vlakbij en grist de hengel uit de steunen. Ik neem de hengel vlug over en gezamenlijk stappen we in de boot.

Mijn opponent heeft direct al een obstakel weten te vinden dus deze dikke tak wordt eerst vakkundig door Richard uit de lijn gehaald. Daarna laat de vis ons werkelijk alle hoeken van het water zien; lelievelden worden doorploegd, om eilandjes gezwommen maar Kapitein Richard houd standvastig koers en na een enerverende dril weten we de strijd in ons voordeel te beslechten; de beloning is een vette spiegel van maar liefst 21 kilo! Niet veel later poseer ik met de gigant voor de lens en afgemat laat ik het prachtige beest in het water glijden; hiervoor ben ik visser!

’S Middags weet ik nog een witte koi met mijn blote handen uit het wier te vissen en vangt Johannes in de achterste kom ook een mooie spiegel. ’S Avonds worden de hengels even ingedraaid, eten we gezamelijk Italiaans bij het haardvuur en kletsen we de avond vol. Zodra we net op onze strechters liggen vangt Richard een prachtige spiegel en is ook hij van de nul af. Zondagochtend krijgt ook Mark een aanbeet in de achterste kom maar deze vis wordt helaas gelost in één van de talrijke obstakels. Al met al was het een heerlijk weekend en was het echt genieten geblazen. België; je was prachtig. Ik kom hier zeker nog eens terug!

En dat kon wel eens vlugger zijn dan ik had gedacht, dit lees je in mijn volgende blog.

Remond van Dijk

Scarface, Rainbows koningsschub

Het is 13 mei 2017 en ik maak me in het gezelschap van negen vrienden op om voor de eerste keer dit jaar af te zakken naar het zuidwesten van Frankrijk om ons hart op te halen in ons favoriete stukje karperparadijs.

Dit keer bijzonder relaxed omdat de buit op m’n Belgisch thuiswater al binnen was en ik dus niet hoefde te stressen dat de vis die ik achter de schubben zat in mijn afwezigheid zijn opwachting zou maken in het net van iemand anders. Het goed bewaarde Belgische geheim (30,6 kg bij 113 cm en een oudstrijder van een spiegel) was al in de derde week van april voor de bijl gegaan voor de hem op regelmatige basis aangeboden Live System-snoepjes. Een opsteker van formaat want ik had eigenlijk het ganse jaar uitgetrokken om deze unieke Belgische gigant proberen te strikken. Enkele weken later kwam er ook nog eens de grootste schub van het water bij zodat ik voor één keertje een wel heel erg chille Rainbowweek tegemoet ging. Doorgaans zit ik immers toch nog enkele dagen met mijn hoofd bij m’n thuiswater(en) en dat zou deze keer niet het geval zijn.

Ik heb zelden hoge verwachtingen als ik afreis naar deze gezegende plek. Meestal laat ik het gewoon op me afkomen en kijk ik het wel aan welke kant de sessie uitgaat. Vaak is dat het beste en gebeurt er net dan iets magisch. Nu had ik wel na enkele tropenjaren weer aardig aangeknoopt (sinds vorig jaar) met de Rainbowbakken maar dat uitgerekend ‘Scar’, de huidige topvis, me zou vereren met een bezoek, dat was het verste van mijn gedachten…

Sinds het heengaan van ‘Eric’ is ‘Scarface’ ofte ‘Scar’ zoals hij genoegzaam bekend staat de koning der schubs in Rainbowland.

Deze ghostachtig aandoende mastodont kent een rijke geschiedenis die terug gaat tot eind jaren ’90 van de vorige eeuw, toen hij tijdens één van de twee schubkarperuitzettingen zijn weg vond naar het water. Dat moet ofwel 1997 ofwel 1999 zijn geweest. Er zijn immers in beide jaren een grote partij schubs uitgezet op Rainbow, vissen variërend in gewicht tussen 3 en 11 kg.

De oudste vangst die ik heb kunnen traceren dateert van 11 juni 2004, ‘Scar’ was toen al goed voor 23,4 kg. Dat wil zeggen dat hij al meteen in de beginjaren van zijn verblijf hard is gaan groeien!

Ik had in die periode zelf al het genoegen om deze toen al tot de top der schubs (samen met ‘Eric’s Common’ en nog enkele andere grote schubs die intussen allen het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild) behorende kanjers te vangen. Meer bepaald in december van 2005. Het was mijn eerste Franse vijftigponds plus schub. Ik herinner me nog goed dat het werkelijk ‘beestenweer’ was. Elke ochtend trok de hemel dicht met wolken en regende het onophoudelijk. Niet hard, maar gestaag. De temperatuur klom maar net boven het vriespunt en het was alles behalve aangenaam visweer. Van zodra de zon onder ging trok de hemel open en fonkelden de sterren aan het firmament wat gepaard ging met temperaturen die onder de nul doken. Ik bracht meer tijd door in de slaapzak dan buiten. Dat ging zo de ganse week door en de vangsten waren maar matig. Tot op woensdagnamiddag de zon voor enkele uurtjes tevoorschijn kwam en we eindelijk eens de bivvy konden verlaten. Het was ook voor ‘Scar’ het sein om in beweging te komen en hij vergreep zich aan mijn op stek 12 aangeboden snowman. Theo Pustjens was mijn buurman en zat samen met Johny Blisak op stek 11.Dat was dankbaar want los van hun goed gezelschap konden zij me ook assisteren en helpen met het nemen van enkele foto’s. Het litteken aan zijn bek (vandaar de naam ‘Scarface’ was er toen al, precies zoals het er vandaag nog steeds uitziet. Het oogt in eerste instantie misschien wat luguber maar in feite hoort het intussen bij de vis en maakt het hem tot wie of wat hij is. ’Scar’ had in die dagen bovendien ook nog een grote striem die verticaal van zijn rug naar beneden liep aan diezelfde kant. Die bewuste striem werd echter elk jaar minder zichtbaar totdat ze enkele jaren later compleet verdwenen was. Vandaag de dag zie je er niks meer van. Het belette deze werkelijk massief gebouwde schub alvast niet om verder uit te groeien tot de gigant die hij vandaag is.

Toen ik hem op donderdag 18 mei ll. rond 08.00u in de ochtend voor mijn net zag liggen, wist ik meteen waarom ik de vis zo moeizaam tot bij mijn boot getrokken kreeg. De Velocity boothengel stond hoepelrond en ik hield de Baitrunnersslip geblokkeerd met mijn ene vinger om hem dichter bij me te krijgen. Ik dacht tot enkele ogenblikken ervoor nog dat de vis ergens vast zat omdat ik er zo moeizaam beweging in kreeg. Dat kwam natuurlijk door zijn logge bouw en extreme gewicht. Toen kwam het lood uit de clip gerold waardoor de vis al snel aan de oppervlakte zwom en ik ook in oog stond met een gigarug die licht van kleur was. Geen twijfel mogelijk, zeker toen hij langzaam over de netkoord gleed en de geweldige bulk aan schubbenvlees zich aan mijn ogen ontrolde. Wat een fenomenale vis… 11 jaar na datum en meer dan 13 kg zwaarder zijn we opnieuw voor even verenigd.

Ik ben niet zo voor terugvangsten, echter dit is toch anders. Na al die tijd is het alsof ik een totaal andere vis in mijn armen hou al is dat in weze is niet zo. Mijn deze week al eerder op de proef gestelde en met de jaren flink op zijn terugweg zijnde biceps krijgen het bijzonder hard te verduren. Ik krijg hem maar moeizaam getild en krijg hem ook niet lang voor de lens. Niet dat dit nodig is want ik wil de fotosessie zo kort mogelijk houden. In minder dan vijf minuten heeft m’n vismaat Kris Muysewinkel een tiental foto’s geschoten en een klein stukje film gemaakt. Voldoende om deze ontmoeting voor altijd vast te leggen in de tijd. Voldoende om er nog vaak te kunnen naar kijken op dagen dat het behelpen is om een vis in het net te krijgen.

For the record, ‘Scar’ woog 39,8 kg, allicht de grootste vis die ik ooit zal vangen. Daar heb ik meer dan vrede mee want dergelijke beesten in deze gewichtscategorie zijn een aanslag op je armen! 🙂

‘Scar’ deed zich de ganse week te goed aan CCMoore’s Odyssey boilies die ik al sinds mijn aankomst op zaterdag rijkelijk had uitgestrooid over het ruime gebied waar ik mijn hengels te water liet.

In totaal kwamen er die week 26 vissen in het net. Naarmate de week vorderde en het voer zijn werk kon doen werd het alsmaar beter en volgden de aanbeten steeds sneller. Op vrijdag, de laatste volle visdag gingen binnen de tijdspanne van een kwartier tijd drie hengels af. Dat is de enorme kracht van deze boilie. Naarmate je er meer van voert, gaan de vissen alsmaar feller op zoek naar de karakteristieke met GLP verrijkte vismeelbolletjes.

Een andere ontzettend aardige bijkomstigheid was dat ik eerder in de sessie ook al ‘’t Harnas’ aka ‘Mr Fred’ mocht verwelkomen. Een heerlijk beschubde spiegel (28,5 kg zwaar) die ik al jaren vergeefs achter de schubben had gezeten. Deze (net als ‘Scar’) eveneens mannelijke buffel bezit een waarlijk fantastisch ogend schubbenpatroon en stond om die reden met stip genoteerd bovenaan mijn verlanglijst.

Mijn diepvriezer is ei zo na leeg, tijd om die weer op te vullen met een partij Odyssey’s en Live Systems, kwestie dat er de rest van het seizoen nog meer van het bovenstaande in het net komt! 😉

TECHNICAL TALK: BUNDEL DE KRACHTEN

Voor zowel het vissen op grotere afstanden als bij het vissen in de nabijheid van obstakels is het logisch dat je gebruik maakt van een gevlochten hoofdlijn. Voor die grote afstanden kan je in principe met nylon ook een eind op weg, als je een verminderde beetregistratie voor lief neemt. De combi van nylon en obstakelvisserij echter, is over de hele lijn een no go! Hoewel er ook nylon op de markt is met een laag percentage aan elasticiteit of rek, is de wetenschap dat zelfs die enkele procentjes je nylon hoofdlijn over een behoorlijke afstand toch een rek geven van meerdere meters.  Meters die een gehaakte karper maar al te graag zal gebruiken om je te snel af te zijn, en zijn of haar heil te zoeken in de geborgenheid van de obstakels. Op die wijze vis verspelen is 1, het creëeren van een mogelijk gevaarlijke of zelfs levensbedreigende situatie ten gevolge van een eventuele lijnbreuk, is 2. Gevlochten hoofdlijn dus voor de hierboven vernoemde situaties, da’s duidelijk!

Een belangrijke eigenschap van het gros van de gevlochten lijnen is dat ze drijven op of zweven in het water. Logisch eigenlijk, gezien de structuur van het materiaal en het feit dat er zich makkelijk luchtbelletjes aan vast hechten, eenmaal het spul te water gaat. Omdat ik er bij standaard statische visserij een punt van maak die laatste meters van de uitstaande lijn zo vlak mogelijk te laten rusten tegen het bodemoppervlak, gebruik ik een gevlochten hoofdlijn altijd in combinatie met een voorslag uit een ander materiaal, en dan ook meteen van een behoorlijke diameter tussen 40/00 en 60/00 naargelang de situatie. Hogere schuurbestendigheid en minder kans op het beschadigen van beschubbing zijn dé 2 voorbeelden die de keuze voor dit dikke spul verklaren.

Is een fors verhoogde schuurbestendigheid het belangrijkste doel, dan verleng ik mijn gevlochten hoofdlijn middels een simpele voorslagknoop met 50/00 tot 60/00 nylon.

Gaat het niet zozeer om die hogere weerstand (voor bijvoorbeeld met mosseltjes of scherpe stenen bezaaide richels of taluds), dan kies ik met volle overtuiging voor Aspire fluorocarbon. De hoge soortelijke dichtheid van dit materiaal doet het goed zinken en door de lage lichtbrekingsindex is de zichtbaarheid onder water nihil. Niet volledig onzichtbaar dus, maar zo goed als.

Voor de montages te water gaan, rol ik een weinig putty (kneedbare loodvervanger) op zo’n 1,5 tot 2 meter rond de voorslag. Bevordert het afzinken nog eens extra, en vormt geen gevaar bij een eventuele lijnbreuk.

De combinatie van enerzijds een zwevende (gevlochten) hoofdlijn en een Aspire flourocarbon voorslag geeft volgende voordelen/eigenschappen:

* Zo goed als 100% directe beetregistratie. Een soepele hengel met lagere testcurve en het actief gebruik van de molenslip is quasi een must.

* De hoofdlijn zweeft en zal dus veel minder snel in contact komen met richels, plateaus e.d. (kortom de bodem) tussen het topoog van je hengel en de zone waar je je rig op scherp legt.

* De fluorocarbon voorslag verzekert je dat de hoofdlijn in de buurt van de rig tegen de bodem ligt, waardoor azende vissen veel minder snel contact maken met strakke lijnen.

Ten slotte nog dit: zodra je met zo’n voorslagknoop zit, ben je als vissers moreel verplicht om extra zorg te dragen voor een 100% veilige montage. Dat is een grote verantwoordelijkheid én een absolute must.

Strakke lijnen!

Mark Hoedemakers

De Shimanosessies met Alijn Danau, Kristof Sadonus en Mark Hoedemakers

Puik voorjaar

We schrijven de tweede week van april 2017. Het voorjaar is me al redelijk gunstig gestemd geweest. Al 8 vissen op de teller en het gros ervan boven de dertig pond. Ik heb slechtere voorjaren gekend. En in feite moet het beste nog komen. Mei is immers dé voorjaarsmaand bij uitstek.

Vorig jaar had ik rond deze tijd nog geen vis op kant dus het loopt lekker.

Nu, het relatief zachte weer zit er alleszins voor iets tussen. De karpers komen gestaag uit hun winterrust gedommeld en gaan mondjesmaat op zoek naar wat eetbaars.

Aangezien de vissen al enige medewerking verleenden leek het ons en puik idee om al te starten met de eerste van een reeks videosessies die we op de planning hadden staan. Daar het water waar ik aan de slag ben een no-publicty policy heeft, ben ik daarom genoodzaakt om uit te wijken naar andere oorden. Teamgenoot Mark Hoedemakers komt met een goed idee voor de pinnen. Een idyllisch mooi water in de buurt van een grote rivier met een gevarieerd bestand dat door zijn ondiepe baaien een goede reputatie heeft in het voorjaar. Het betreft een grote grindafgraving temidden van een uitzonderlijke natuurpracht. We gaan enkele keren voorvoeren en kijken vol ongeduld uit naar de start van de sessie op dinsdag 11 april.

Kristof Sadones, onze Shimanoteamgenoot die bovengemiddeld goed is met de camera, zal gedurende drie dagen alles vastleggen op beeld. Enkele dagen voor onze start klimt het kwik tot een zomerse 22°C, echter meteen erna droppen de temperaturen weer neerwaarts en blijven ze rond de 13-14 °C schommelen. Nu, laat dat alvast geen reden zijn om af te haken of de zaken somber in te zien. Enkel al het feit dat we drie dagen ongebreideld kunnen vissen pompt zuurstof in de longen en maakt het hoofd leeg.

Kristof en ik zouden al paraat zijn vanaf dinsdag, Mark heeft recent zijn huwelijksbelofte afgelegd en zal daarom een dagje later arriveren. Kwestie van eerst nog wat officiële plichtplegingen af te handelen en de bruid niet meteen voor het hoofd te stoten.

Ik arriveer als eerste aan het water. Rond de klok van 14.00u is het zwaarste werk geleden. D.w.z. dat ik de berg materiaal van de auto naar de stek heb gesleurd met behulp van een superluxe vierwielenkar. En aangezien de stek zich heuvelafwaarts bevindt, valt dat allemaal best mee. Ik vrees dat de terugweg een stuk lastiger wordt, maar dat zien we dan wel weer. De bivvy staat als een huis, de inrichting laat niks te wensen over, de boot ligt vertrekkensklaar en de hengels liggen spot on. Ik ben er klaar voor, nu de karpers nog!

Het is tijd voor een opkikker. En die heet koffie. Onder het genot van een dampende mok overschouw ik het toneel. De bomen staan al flink in het blad, de natuur is, in tegenstelling tot afgelopen voorjaar, al weelderig en bloeiend. De vogels broeden en bewaken angstvallig hun territorium. Blauwe reigers bevolken de grote treurwilgen die zich in grote getale op het lange schiereiland bevinden waarop ik kamp heb opgeslagen. Overal zie ik gescheurde groenblauwe eieren op de grond liggen, teken dat de jongen al zijn uitgekomen. Natuurpunt heeft enkele jaren geleden aan de overzijde van de plas een zevental poelen gegraven waar de kikkers volop kunnen tieren. Die dienen op hun beurt dan weer tot voedsel voor de reigers.

Ze hebben de natuur wel op meerdere punten een duwtje in de rug gegeven. Zo werden er ook twee eilanden geconstrueerd die afgewerkt werden met kiezel. Die moeten dienen als broedplaats voor de scholeksters en visdiefjes. Al maken ook enkele ongenode gasten er dankbaar gebruik van. Een paartje luidruchtige nijlganzen, toch niet meteen de hartendieven van onze groene vrienden, hebben zich er ook verschanst met de bedoeling om aan gezinsuitbreiding te doen.

Valse start

Amper twee uur nadat ik de laatste hengel heb weggebracht krijg ik al totaal onverwacht een aanbeet. Helaas schiet de vis vrijwel meteen erna los en laat hij me achter met een verweesd gevoel. Een gemiste start, bedenk ik. Maar goed, dat wil niet zeggen dat de wedstrijd al verloren is. Ik breng de hengel opnieuw weg en heb er alle vertrouwen in dat er nog meer volgt, zeker omdat ik al zo vroeg in de sessie actie kon optekenen.

Even later belt Kristof met de mededeling dat hij onderweg is maar worstelt met fileleed ter hoogte van Antwerpen en bovendien bij aankomst ook nog even in de lokale supermarkt wil binnenspringen om de nodige spijzen en drank in te slaan. Goed plan dat laatste.

Ik hoop op een snelle herkansing, maar dat is buiten de karpers gerekend. De enige die nog voor een kortstondig moment van opwinding zorgt is een gepukkelde brasem die net als de reigers ook al in paaimodus vertoeft. De opwinding is zoals gezegd van bijzonder korte duur. Van zodra ik het kenmerkende getik op de top voel, weet ik hoe laat het is. Ik vraag hem vriendelijk doch vastberaden om voortaan mijn voor karper bestemde aas links te laten liggen. Hij rolt schaapachtig met zijn veel te grote ogen als teken van onderwerping. Doch ik ken die valse blik. Die hadden zijn honderden soortgenoten ook toen ze me dezelfde belofte deden. Soit, nadat ik hem nog even vingerzwaaiend de les lees, geef ik hem tenslotte maar opnieuw de vrijheid. We zijn tenslotte democraten in hart en nieren en gunnen elk schepsel gods zijn vrijheden.

Even later arriveert Kristof, hij heeft deze afgelegen plek nagenoeg moeiteloos kunnen vinden, een prestatie op zich! Ik informeer hem over de stand van zaken en we overlopen de mogelijkheden op filmisch en andere gebieden, die dit unieke water ons biedt. Hij is alvast onder de indruk van het water en de ongereptheid ervan. Omdat de avond al flink gevorderd is en er nog weinig daglicht rest besluit hij om snel kamp op te slaan aan de overkant van de rechtse baai. Zo zal hij precies tussen Mark en mij komen te zitten wat het filmwerk praktischer moet maken. Hij is afgemat van de lange reis en door het maken van lange uren op zijn werk. Daarom wil hij de eerste nacht goed uitslapen zodat hij morgen fris en monter kan beginnen. Alweer een strak plan!

De ‘Kegel’

Bij het krieken van de dag krijg ik een aanbeet op mijn meest rechtse hengel die langs het lange eiland ligt. Er staat maar anderhalve meter water en het is dus een geschikt gebied om de vissen in het voorjaar op te vangen. Omdat het ondiepe water sneller opwarmt zijn dat de eerste plekken die de karpers gaan frequenteren. Terwijl ik de boot in de richting van de wegspurtende karper stuur, valt het me op dat het bijzonder frisjes is. Ik had beter mijn jas aangetrokken, doch hoe gaat dat als je beet hebt? Je staat stijf van de adrenaline en reageert op instinct. Je wil m.a.w. zo snel mogelijk bij die karper zijn. De dril verloopt eerst gezapig en kalm, maar van zodra ik de vis een eerste keer voor het net heb, ontwaakt hij en steekt een tandje bij. Het water is eerder troebel door een typische algenbloei die vaak in het voorjaar optreedt en doorgaans van korte duur is, en daardoor is het lastig in te schatten hoe groot de karper in kwestie is. Pas wanneer hij een tiental minuten later eindelijk finaal over de netkoord glijdt zie ik zijn contouren in vol ornaat en herken hem ook meteen als de ‘Kegel’ ofte de ‘Spiegel met de Gebroken Rib’. Eén van de oudste vissen van het water. De eerste vangst van de vis werd al opgetekend in 1994! Langs één zijde ziet deze oudstrijder er schilderachtig mooi uit, de andere zijde vertoont een eerder luguber uitzicht. Daar steekt een circa 10 cm uitstulpsel in de vorm van een kegel. Nu de vis zwemt al decennia rond in deze hoedanigheid dus levensbedreigend zal het alvast niet zijn.

Het is al de derde keer dat ik de ‘Kegel’ verras en doorgaans word ik niet meteen dolenthousiast van terugvangsten, echter het betekent wél dat we alvast wat hebben voor de film en daar draait het dit keer om!

Dankzij het gebruik van een quick link kan ik de onderlijn ter plaatse wisselen voor een nieuwe zodat ik de lange afstand niet nog een keer extra moet doen. Ik strooi er nog een partijtje boilies omheen en vaar rustig met de ‘Kegel’ in het net naar de oever. Kristof is duidelijk nog in dromenland, dus hang ik de vis even weg in een sling totdat onze man fris en monter zijn taak ter harte kan nemen. Ik steek het vuur aan voor koffie maar ook om mijn koude handen wat op te warmen. Ik tekst onze cameraman het goede nieuws en niet veel later arriveert hij, de camera in aanslag, op de stek. Zijn smile verraadt dat hij weinig last heeft van een ochtendhumeur, maar ik maak hem voor de zekerheid toch ook snel een scheut zwart goud. Hij kikkert zichtbaar op en we klinken op de eerste vangst van de sessie. Hij verbaast zich begrijpelijkerwijs over de karper met twee ‘gezichten’. De ‘beauty and the beast’ verenigd in één enkele vis.

Enter Mark

Niet veel later arriveert onze compagnon de route. Hij heeft de ochtendlijke sponde al vroeg verlaten om hier tijdig te zijn. Zijn ogen verraden honger en zin in karper. Koffie blieft hij niet en voor wat sterkers is de dag nog te jong. We babbelen wat bij en Kristof ontrolt zijn verdere plannen. Na een uur of wat kletsen vervolgt Mark zijn weg naar z’n stek en gaat Kristof aan de gang met het schieten van sfeerbeelden. De karpers houden zich voorlopig koest en dat blijft jammerlijk genoeg zo voor de rest van de dag.

We maken van de gelegenheid gebruik om een reeks shots op te nemen over de ins en out van het water, de populatie, de rijke geschiedenis van de plas en het materiaal dat we gebruiken tijdens deze sessie.

‘Goldfinger’, Marks gouden vangst

Pas tijdens de volgende nacht komt er weer karperleven in de brouwerij. Rond het misdadig vroege ochtenduur van 04.30u gaat er een vis met de secuur afgestelde snowmanpresentatie vandoor op de middelste hengel. Dit keer heb ik wel m’n jas meegegritst en dat is geen overbodige luxe tijdens de alweer kille nacht. De vis zit al in open water wanneer ik er boven kom gedobberd en niet veel later kan ik een dikbuikige leder in het net verwelkomen. In eerste instantie denk ik aan ‘Apollo’, een leder die ik al twee keer eerder had maar tot mijn groot genoegen merk ik bij aankomst op de stek dat het om ‘The Would Be Leather’ gaat. Dat treft bijzonder goed want dat is er een die ik nog nooit eerder ving. Happy days! De unster geeft 13,3 kg aan, het meetlint 78 cm. Het vangstenboek leert me later dat daar meer dan 4 kg en ettelijke cm zijn bijgekomen sinds zijn vorige vangst in 2015.

Ik zak de vis en stuur alvast een sms naar Kristof zodat hij ons bij daglicht kan vereeuwigen. Het is nog donker en koud dus ik kruip maar weer onder de wol en poog nog wat slaap mee te pikken. Als ik enkele uren later één van de grote wilgen rechts op de stek sta te besproeien zie ik Mark op het water dobberen. Net op dat moment komt Kristof eraan en even later staan we beiden het tafereel gade te slaan. Ik zie iets oranje boven water komen en vraag Kristof of Mark markers op zijn stek heeft liggen? Zou de gehaakte vis zo’n oranje marker hebben opgepikt? Kristof heeft geen weet van markers dus ik wijt het aan gezichtsbedrog van mijnentwege.

Nadat ‘The Would Be Leather’ is beklonken met een koffie haast Kristof zich richting Mark om diens vangst op pelicule te zetten. Niet veel later krijg ik een sms met het bericht dat mijn ogen toch niet zo slecht blijken. Mark ving immers één van de twee hier residerende koikarpers. Ik had dus toch iets oranje boven water zien komen! Het is ‘Goldfinger’, de kleinste van de twee, maar het zien en vangen van zo’n klomp goud is altijd weer een aparte belevenis.

Beiden vis op kant dus dat is alvast een succes!

Rond de middag volgt er opnieuw een aanbeet op dezelfde hengel die ook al in de vroege ochtend van de partij was. In eerste instantie voelt de vis goed aan maar eenmaal erboven en aan de oppervlakte ontwaar ik kleine kolken aan de waterspiegel. Dat duidt eerder op een bescheidener exemplaar en dat blijkt ook wanneer ik na nog enkele vermetele ontsnappingspogingen een kleinere spiegel kan netten. Ik herken hem meteen als de ‘Dolle Mol’, de grootste van vijf pas vorig voorjaar uitgezette spiegels. Het is al zijn derde vangst sinds uitzetting, hij lust er dus duidelijk pap van. Dat bewijst ook zijn groei want de vis heeft in een jaar tijd zomaar liefst vijf en een halve kilo aan gewicht bijgenomen en is 12 cm gegroeid. 8,8 kg al, dat wordt een goeie, en mogelijk een toekomstige topper!

Kristof pendelt heen en weer tussen Mark en mij. Wat we intussen niet weten is dat hij ons elk om beurt wat probeert te stangen en uit de tent te lokken door ons woorden in de mond te leggen. Hij wil zo het filmpje wat extra pigment, wat peper en zout meegeven. We ‘bekritiseren’ elkaars ‘kookkunsten’, zetten zogenaamd een wedstrijdje om ter meest vangen op etc. Kristof heeft jaren meegewerkt aan TV-’reality’-programma’s en heeft dus duidelijk wat opgestoken van zijn leermeesters bij Temptation Island! :-))

Enkele uren later krijgen we bezoek van Mark Van Giessel, onze verbindingsman bij Shimano. Hij komt zijn troepen overschouwen en ziet dat alles goed is en volgens plan verloopt.

Richting spoed

Al blijft dat goedgaan niet duren. ‘s Avonds krijg ik een alarmerend telefoontje van mijn maat aan de overkant. Zijn stem slaat haast over en verraad weinig goeds. Of ik meteen die kant kan opkomen want hij is door zijn enkel gegaan. Toevallig komt Kristof net mijn kant op dus informeer ik hem de onaangename plotwending. We treffen Mark aan met een enkel die de dikte heeft van een 30 mm boilie. Dat ziet er niet goed uit. Een rit richting spoed is aan de orde. Aangezien we onmogelijk al onze spullen kunnen achterlaten en het ook geen optie is om alles eerst in te pakken staan we even in dubio. Maar de redding is nabij. Theo Pustjens was net onderweg naar ons, neemt de taak van ambulancier op zich en brengt Mark naar de spoed van Maaseik. Daar wordt zijn enkel keurig ingepakt in een laag gips. Einde (vis)verhaal voor Mark. Het kan op geen slechter moment gebeuren natuurlijk… Net nu de maand mei voor de deur staat, bij uitstek één van de productiefste van het jaar.

Mark en Theo houden ons op de hoogte van de toestand terwijl wij Marks spullen intussen inpakken en in zijn achtergebleven auto laden.

De laatste nacht gaat in. Kristof en ik ontkurken een streekbiertje. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat we de laatste avond gedrieën gingen toasten op de goede afloop van de eerste filmsessie, maar dat is even anders euh… gelopen.

Een ongeluk komt nooit alleen

Even later verlaat ik Kristofs stek en vaar terug naar die van mij om de laatste nacht vol te maken. Onzer beide gedachten zijn bij onze onfortuinlijke vriend.

Op nagenoeg hetzelfde uur als vorige nacht krijg ik ook nu weer een aanbeet, op alweer dezelfde hengel/spot!

En dan gaat het grondig mis! In een poging om de boot tussen mijn twee andere lijnen te laveren pik ik de linkse op met mijn motor. Die draait al snel vast en tot overmaat van ramp vliegt ook de moer van de schroef eraf zodat ik op zo’n 30 meter uit de kant stuurloos lig te zwalpen. De roeispanen liggen – macht der (slechte) gewoonte – natuurlijk nog in de auto! Ik kant geen richting meer uit en dat terwijl er aan de andere kant van de lijn een dolle karper voor zijn leven vecht! Een karper die zich nog op meer dan 200 meter bij me vandaag bevindt. Dat wordt leuk! Not!!

Ik trek me langzaam in de richting van het verdwijnpunt van de lijn tot ik circa 10 minuten later eindelijk boven de vis ben aanbeland. Mijn gevoel heeft me niet bedrogen, het is duidelijk een vis uit de betere categorie. Ook dat nog! Hoe moet ik met die vis in het net in godsnaam weer op kant geraken… Nu, dat is een zorg voor later, laat ik er in eerst maar een keer voor zorgen dat het beest in mijn net geraakt. Nu de dril op zich is er een zoals ik er al zoveel heb meegemaakt en als de klus tenslotte is geklaard ben ik pas echt bij een lastig karwei aanbeland. Een zwalpende boot en een net met meer dan dertig pond spiegelkarper weer op mijn stek doen belanden. De enige hulpmiddelen voorhanden zijn twee deksels van aasemmers die ik in de boot heb. Vooruit dan maar, op weg! Ik peddel met een deksel in mijn linkse en een deksel in m’n rechtse hand in de richting van het schiereiland. Nog dik 150 meter te gaan, schat ik. Echt vlotten doet het niet en het feit dat het langs de boot hangende net voor extra gewicht zorgt, maakt de zaak nog lastiger. Vooral omdat de ene kant van de boot flink tegenwerkt en meer ‘roeikracht’ verreist dan de andere zijde maakt de klus ingewikkeld. Af en toe pauzeren is bovendien geen optie want de wind blaast me meteen uit balans en het brengt de boot nog meer uit koers. Wat een geweldige hobby hebben wij toch. Vertel dit aan een niet-visser en hij denkt dat er een steek bij je los zit. Nu, misschien is dat ook wel zo. Echter, ‘no sweat, no glory’.

Het voelt zoet aan wanneer ik ten lange leste de kant bereik met een net vol karper. De vis, die ik in het licht van mijn koplamp al van in den beginne heb geïdentificeerd is er één van de 2011-uitzetting en eentje die ik al twee keer eerder had. Alleen is het duidelijk dat hij tijdens mijn twee jaar durende afwezigheid op het water duidelijk een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt en de unster bevestigt mijn schatting, het is een dertiger. De eerste van die reeks die de barrière doorbreekt. En ik ben zeker dat er nog rondzwemmen, het is immers overduidelijk dat de vissen afgelopen jaar een florissante tijd hebben beleefd.

Geslaagde missie

Enfin, eind goed, al goed. Nadat de vis is gezakt dien ik naar de wagen om een nieuwe moer voor de schroef op te halen. Nadat ik er de erin gedraaide braid heb uitgepeuterd kan ik de nieuwe moer vastzetten en is de motor weer varensklaar. Ik breng de hengel weer weg, die kleine moeite neem ik er maar bij, ik ben nu al zo lang in touw.

Als ik mezelf eindelijk afgepeigerd en koud tot in m’n botten boven mijn Colemanvuurtje zit op te warmen kan ik terugblikken op een goede afloop. Ik vul de warmwaterkruik en duik nog even in de slaapzak. Kwestie van wat bij te komen en terug de oude te worden.

Kristofs oren klapperen als ik enkele uren later mijn weinig benijdenswaardige belevenissen uit de doeken doe. Maar goed, we hebben toch maar weer een vis erbij en wat voor één: de beste van de sessie!

Als midden op de dag, eigenlijk net voor ik besloten had om af te sluiten, dezelfde hengel nog een laatste keer tot leven komt ben ik blij dat ik alsnog de moeite heb gedaan om hem opnieuw ter plaatse te brengen. Nr 5, nog maar eens een spiegel, en dat op een water dat bekend staat om zijn schubkarpers, wordt veilig en wel geland. Een twintigponder van de 2012-reeks en eentje die ik nog niet had. Fijne afsluiter!

Ondanks alle perikelen kunnen we, visgewijs althans, terugblikken op een geslaagde missie. De ‘collateral damage’ van Mark is minder leuk, maar terwijl ik dit relaas neerschrijf kan ik alvast melden dat hij aan de beterhand is en dat hij ‘armed and ready’ zal zijn tegen ons volgend avontuur, ergens in de maand juni! Tot dan!

Alijn Danau

Time-Out

Als er hele jaar rond, dag in dag uit, karpers in je hersenpan rondzwemmen dan is het soms toch wel even lekker om gas terug te nemen. Even de knop om en proberen… om niet meer aan vissen te denken. Dus niet meer tijdens je eerste kop koffie ’s morgen al; waar ga ik van’t weekend vissen? Is er nog kans op een doordeweeks nachtje deze week? Wanneer, waar en hoeveel ga ik voeren? Zal de vis actief zijn, waar zullen ze uithangen, etc, etc etc… Je raad het al, dit is verdraait lastig en eigenlijk niet te doen maar het is toch ook wel eens fijn om er helemaal even niet mee bezig te zijn. Vorig jaar lastte ik sinds jaren voor het eerst weer eens zo’n ‘sabbatical’ in; vanaf begin Januari tot eind Maart werd er helemaal niet gevist. Dit jaar had ik dezelfde plannen dus moest er eind December nog even een laatste eindsprint ingezet worden om nog wat karpervlees te verschalken zodat ik hierop enkele maanden kon teren.

Half December plande ik een ‘social’ met Frank Wijnands op een zeer zwaar bevist water in mijn omgeving waar je tijdens ‘normale’ omstandigheden al blij mag zijn als je er überhaupt een aanbeet krijgt tijdens een nachtje vissen; laat staan in de winter… Het plan is om op een donderdag een nachtje te pakken en de vrijdag lekker door te vissen omdat er lekker zonnig weer wordt voorspeld. De avond voordien voer ik het putje licht aan met 15 mm White Chocolate boilies. Zodra Frank bij mij thuis gearriveerd is besluiten we direct naar het water te rijden, onze spullen in het donker op te zetten en daarna een warme hap te bereiden. Het is aardig fris en er staat een aardige kabbel op het water als we rond achten die avond aan een warm bord ‘prefab-bami’ zitten. We drinken er een borrel bij, ouwehoeren wat en kruipen al vroeg onder de wol. Ik check nog even mijn piepers, draai me om, rits mijn slaapzak open als een plotseling en geheel onverwacht een hengel vertrekt!

Ik zet de haak, roep Frankie erbij en niet veel later aanschouwen we een leuke spiegel in het landingsnet. Een mooi visje voor de toekomst op dit water! Na wat foto’s genieten we van een welverdiende nachtrust en besluiten we ’s morgens al vroeg op te ruimen omdat het beloofde zonnetje niet thuis geeft en de koude wind het er niet echt aangenamer op maakt. Ik heb toch nog een mooi visje weten te strikken voor het eind van het jaar maar of het genoeg is om een paar maanden op te kunnen teren…?

Een week later krijg ik een appje van een vriend, wiens zoontje Jasper ook helemaal leip van vissen is, met de vraag hoe ze het best een heuse winterkarper kunnen vangen. De dag na 2e Kerstdag sta ik met beide mannen aan de waterkant en het werd een schitterende sessie met een gouden randje voor Jasper! Meerdere prachtige winterkarpers vonden de weg naar ons landingsnet; hoe de sessie precies verliep is te lezen in het magazine Karper nr 101.

Inmiddels zijn we een goede 2,5 maand verder en heb ik het toch niet gered om 3 maanden geen hengel meer aan te raken; afgelopen weekend het ik het eerste korte nachtje van 2017 gevist. Wederom op de dressuurput waar ik ook met Frank had vertoeft met een overigens ingecalculeerde blank als resultaat. Al met al was het wel genieten geblazen en was ik blij weer ‘back on track’ te zijn. De Time-Out is weer voorbij, het voorjaar klopt op de deur; 2017 kom maar op!

Remond van Dijk
Team Tribal Shimano

SHIMANO CASTING ACADEMY

De hengelsport komt in vele disciplines, waarbij je als visser een breed scala aan technieken ter beschikking hebt om doelgericht jouw favoriete zevenvinner achter de staart te zitten. De meest gekende en wellicht ook meest gebruikte van die techieken, is het werpen van je montage en je aas. ‘Casting’, zoals het Engels werkwoord luidt. Doet me trouwens steeds denken aan het sublieme boek ‘Casting at the Sun’, van Chris Yates, maar dat geheel terzijde. Bij dat inwerpen is steeds de nodige precisie noodzakelijk, zeker als je statisch op karper vist! Je wil als visser namelijk een zo goed mogelijke aasaanbieding realiseren, op het juiste plekje. Niet alleen richting is dan van tel, maar ook afstand.

Een respectabele afstand halen van laat ons zeggen 100 meter is met (de juiste combinatie van) hengel, molen en montage voor de meeste karpervissers niet zo’n probleem. Het wordt pas pittig als de te bevissen spots net buiten je bereik liggen. Dan, beste collega’s, heb je verfijnde werptechniek nodig!

Gelukkig zijn er in het karperlegioen cracks die hun kennis willen delen met anderen. Eén van die werpspecialisten uit de Shimano Prostaff is Mike Dagnall. Op 1 april was hij een hele dag aanwezig aan de oevers van de Leie, bij Hengelsport Deconinck in Warneton, om elke geïnteresseerde hengelaar te voorzien van een bijscholing op maat. Voor de gelegenheid stond er aan de boord van deze idyllisch ogende rivier een stand opgesteld met Shimano hengel-molencombinaties uit elk segment. Met meer dan 150 aanwezigen en minstens 1.000 worpen was het een onverdeeld succes.

Het enige nadeel was dat ondergetekende, die met 2 hengels richting een aangevoerd plateautje viste, door het aanhoudende loodbombardement in de nabijheid van dat bewuste plateautje, visloos bleef. Gelukkig slaagde ik er tijdens een wedstrijdje met m’n Shimano buddies wel in om zelf met 138 meter een nieuw PB Casting op te tekenen. Zo’n 20 meter te weinig voor winst, maar wel een persoonlijke opsteker van formaat. Dat dan weer wel! 🙂

Mark Hoedemakers

Karperproject Limburg

Het visjaar is goed begonnen. Voor een provincie als Limburg zit daar op hengelsport gebied zelfs een zeer speciaal randje aan. Voor het eerst sinds de jaren zeventig zal er weer karper worden uitgezet op de Limburgse Maas. Deze injectie van vers bloed is noodzakelijk om de karper-bestanden weer in haar oude glorie te herstellen. Het karper-project Maas en Maasplassen heeft een aanzienlijk traject moeten doorlopen voordat alle essentiële zaken goed geregeld waren. Vele avonden van vergaderen en rapporten typen hebben geleid tot een project dat voor de Limburgse hengelsport een aanzienlijke toename in goed viswater betekent. Het project is zelfs dusdanig bijzonder vanwege de wijze waarop verschillende hengelsport bedrijven gezamenlijk achter de plannen zijn gaan staan. Shimano heeft hierin ook een belangrijke rol gespeeld. Door haar financiële ondersteuning zijn de initiatiefnemers, De KSN Regio Limburg, in staat geweest om de benodigde budget te realiseren. Voorzitter van De KSN Regio Limburg Daniël Jawadnya aan het woord:

”Ik kan me niet herinneren dat commerciële partijen en de georganiseerde hengelsport ooit zo op deze overtuigende wijze achter hun gezamenlijke belangen zijn gaan staan. We hebben met de Werkgroep Karper een bijzondere prestatie geleverd, maar dit alles was niet mogelijk geweest als maatschappelijk betrokken bedrijven zoals Shimano ons niet hadden ondersteund. De werkgroep en de karpervissers in Limburg zijn jullie dankbaar”!

Samen met Sportvisserij Limburg heeft de werkgroep alvast een vliegende start gemaakt. De eerste van vele uitzettingen is al uitgevoerd waardoor ook toekomstige generaties karpervissers weer hun hart kunnen ophalen aan de prachtige Limburgse Maas. Het start van iets heel moois!!